Hartaandoeningen na radiotherapie bij borstkanker

Een follow-up gedurende tien jaar toont aan dat radiotherapie het risico op ritmestoornissen verhoogt, maar niet op hartinfarct en hartfalen.
In deze retrospectieve analyse van een prospectieve studie werden gedurende tien jaar 746 patiënten gevolgd met borstkanker en positieve lymfeklieren. Deze patiënten werden in een fase 3-studie behandeld met ofwel anthracycline chemotherapie (fluorouracil, doxorubicine, en cyclofosfamide), ofwel anthracycline - taxane chemotherapie (docetaxel, doxorubicine, en cyclofosfamide). Adjuvante radiotherapie (median dose 50 Gy) werd toegediend bij 559 (75%) patiënten.
Gedurende deze 10-jarige periode werden hartinfarcten waargenomen bij drie radiotherapiepatiënten (0,5%) tegenover zes bij niet-radiotherapiepatiënten (3%) (p = 0,01). Hartfalen ontstond bij 15 radiotherapiepatiënten (2,7%) tegenover drie bij niet-radiotherapiepatiënten (1,6%) (p = 0,6). 35 radiotherapiepatiënten (18%) vertoonden een vermindering van de linkerventrikelejectiefractie met > 20% in vergelijking met de basiswaarde, tegenover zeven niet-radiotherapiepatiënten (10%) (p = 0,1). Ritmestoornissen kwamen frequenter voor bij radiotherapiepatiënten (3,2%) tegenover niet-radiotherapiepatiënten (0%) (p = 0,01).
De univariabele en multivariabele analyse bevestigde dat hartfalen niet significant geassocieerd is met radiotherapie en toonde aan dat hartinfarct negatief geassocieerd is met radiotherapie.
Peter Wu, S. et al.: Effect of Breast Irradiation on Cardiac Disease in Women Enrolled in BCIRG-001 at 10-Year Follow-Up .Int J Radiation Oncol Biol Phys, Vol. 99, No. 3, pp. 541-548, 2017 http://dx.doi.org/10.1016/j.ijrobp.2017.06.018.