Testosteron remt de immuuncellen die meespelen bij astma

Eigenaardig genoeg komt allergisch astma niet even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Voor de puberteit komt allergisch astma vaker voor bij jongens, maar op volwassen leeftijd is dat net omgekeerd en komt allergisch astma tweemaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Een allergisch astma is voorts vaak ernstiger bij vrouwen dan bij mannen.
Een internationale groep vorsers heeft voor de allereerste keer een verklaring gevonden voor die verschillen tussen mannen en vrouwen. De verschillen zouden toe te schrijven zijn aan de werking van testosteron op het immuunsysteem.
De auteurs hebben eerst vastgesteld dat allergisch astma op huismijten veel minder ernstig is bij mannetjesmuizen (net zoals bij de mens) dan bij wijfjesmuizen en dat het verschil verdwijnt bij gecastreerde mannetjesmuizen, terwijl castratie van wijfjesmuizen geen effect heeft. Dat wijst erop dat mannelijke hormonen een sleutelrol spelen.
In vitro hebben de onderzoekers vastgesteld dat testosteron de aangeboren type 2 lymfoïde cellen (ILC2) remt. Die recentelijk ontdekte cellen, die worden teruggevonden in de longen, de huid en andere organen, produceren inflammatoire eiwitten die meespelen bij allergie, meer bepaald cytokines, in reactie op prikkels zoals aanwezigheid van stuifmeel, huismijten, dierenharen en sigarettenrook. Minder ILC2 betekent dus minder allergische reacties in de longen en dus minder astma-aanvallen.
Nog aan andere vaststelling: na verwijdering van de androgeenreceptoren van de ILC2 vermenigvuldigen die cellen zich in de longen met een ernstiger ontsteking als gevolg.
Die gegevens moeten nog bij de mens worden bevestigd, maar zouden kunnen uitmonden in nieuwe, meer gerichte geneesmiddelen tegen allergisch astma.
(referentie: Journal of Experimental Medicine, 8 mei 2017, DOI: 10.1084/jem.20161807)