Mini-akkoord vertoont weinig verschuivingen

Zestien procent van de Belgische artsen verwerpt het 'miniakkoord' tussen artsen en ziekenfondsen. Dat is evenveel als er het oorspronkelijke akkoord voor 2016-2017 verwierpen. Tien procent van de Vlaamse geaccrediteerde huisartsen en 30% van de Vlaamse geaccrediteerde specialisten verwerpen het akkoord.
De verschillen met 2016 moet je vaak zoeken achter de komma: in 2017 verwerpt 15,93% van alle Belgische artsen het akkoord, tegenover op de kop af 16% in 2016.
Wanneer je alleen de geaccrediteerde artsen bekijkt, ligt het percentage dat het akkoord opzegt in de regel hoger. Nationaal gezien gaat het dan om 21,76% weigeringen (tegenover 21,02% vorig jaar).
Probleemspecialismen
De situatie blijft problematisch in enkele specialismen: van de dermatologen verwerpt 68,5% het akkoord, van de oftalmologen en de plastisch chirurgen telkens 59%. Er is in deze hoge aantallen ook weinig evolutie in vergelijking met vorige akkoorden
Bij de orthopeden en stomatologen schommelt het aantal weigeringen rond de 40% - bij de orthopeden zie je een licht opwaartse trend: van net geen 40% verwerpingen in 2013 naar meer dan 42% nu.
Arrondissementschaal
Op de schaal van arrondissementen, zie je bij de huisartsen vrijwel nergens grote verschillen. In het Luxemburgs Neufchâteau verwerpt nu 45% van de geaccrediteerde huisartsen het akkoord, tegenover nog 51% in 2016. In het naburige Bastogne verwerpt 44% nu het akkoord, terwijl dat in 2016 maar 39% was.
In Vlaanderen zie je bij de groep van geaccrediteerde huisartsen de grootste verschuiving in Diksmuide, waar nu 19% het akkoord verwerpt, tegenover 15,5% in 2016.
Meestal blijven de verschuivingen onder de één procent.
Bij de huisartsen in Vlaanderen blijven Veurne (30% opzeggingen bij geaccrediteerde huisartsen), Turnhout (28%) en Dendermonde (24%) de arrondissementen met de laagste 'conventiegraad'. Maar wanneer je de conventiegraad op alle actieve huisartsen berekent, gaat die bij huisartsen nergens echt lager dan 80%.
Bij de specialisten zijn er in sommige arrondissementen iets uitgesprokener verschuivingen tegenover vorig jaar dan bij de huisartsen. In het arrondissement Eeklo, bijvoorbeeld zegt nu bijna 9% meer van de geaccrediteerde specialisten het akkoord op. In totaal, voor alle specialismen tezamen, gaat het dan over bijna 47%.
In geen enkel arrondissement zegt meer dan 40% van de artsen het akkoord op. Zeker als je alle 'actieve' artsen bekijkt, en niet alleen de geaccrediteerde, blijft het aantal opzeggingen daar ruim onder.
Noot: De tabellen die het Riziv publiceert, bevatten cijfers voor 'actieve' en voor 'geaccrediteerde' artsen. De term actief is enigzins misleidend: het gaat om personen die bij het Riziv bekend zijn als arts. Een accreditatie is een betere garantie dat de arts een volwaardige klinische praktijk uitoefent. Daarom halen we bij voorkeur percentages aan over geaccrediteerde artsen. Wettelijk telt evenwel het aantal 'actieve' artsen.