Vaker relaps van ALL bij kinderen na een minder intense chemotherapie

Het relapspercentage bij kinderen met een acute lymfatische leukemie (ALL) met een gunstige prognose is hoger na een minder intense chemotherapie dan na de standaardbehandeling. Kinderen met een ALL die een standaardrisico op relaps lopen, moeten dan ook een standaardschema krijgen.
De AIEOP-BFM ALL 2000-studie is een internationale, gerandomiseerde studie die een minder intense chemotherapie heeft vergeleken met een standaardchemotherapie bij kinderen met een ALL met een goede prognose. Na een follow-up van 8,6 jaar bedroeg de evenementvrije overleving na 5 jaar 90,7% bij de kinderen die een minder intense behandeling hadden gekregen, en 94,7% bij de kinderen die de standaardbehandeling hadden gekregen (p = 0,12). Het verschil in evenementvrije overleving na 5 jaar was statistisch significant bij een per-protocolanalyse (90,6% vs. 94,9%; p = 0,041). De verschillen waren vooral groot bij patiënten ≥ 10 jaar en patiënten met een pre-B-ALL.
Schrappe et al: Reduced intensification in standard-risk patients defined by minimal residual disease in childhood acute lymphoblastic leukemia: Results of an international randomized trial in 1164 patients (Trial AIEOP-BFM ALL 2000). 2016 ASH Annual Meeting. Abstract 4. Gepresenteerd op 3 december 2016.