Recip-e: 'softwarepakketten tezamen uittesten'

Nu mensen het voelen dat het menens wordt met Recip-e, gaat men het massaal gebruiken. Daardoor duiken er plots veel problemen op. Apothekers, die op het eind van de keten zitten, hebben soms problemen met het afleveren van door de arts voorgeschreven middelen. Dirk Broeckx geeft toch de raad Recip-e zoveel mogelijk te blijven gebruiken - volgens hem trekt de overheid belangrijke lessen uit deze ervaring.
Recip-e was al meer dan anderhalf jaar beschikbaar. Het liep vooral in de achtergrond. Mensen vermeden maar liever problemen ermee, maar het gevolg is dat die nu acuut duidelijk worden. Volgens Dirk Broeckx, zelf apotheker en tegenwoordig vooral project-manager van éénlijn.be, een gemiste kans - al kan je dat eigenlijk niemand kwalijk nemen.
Welke problemen er zo allemaal zijn met Recip-e, kon u lezen in onze laatste editie. Dirk Broeckx relativeert ze voor een stuk. Uit diverse bronnen vernam de redactie dat de eerste twee weken een miljoen elektronische voorschriften met Recip-e werden aangemaakt - en dat tot driekwart daarvan elektronisch werd uitgevoerd. Volgens Broeckx liepen er de eerste week dagelijks enkele tientallen klachten binnen: "Natuurlijk is dat het topje van de ijsberg. Maar je kunt niet stellen dat het systeem niet werkt. Veel voorschriften passeren vlot en probleemloos."
Ketentests
Volgens Broeckx zijn maatregelen genomen om Recip-e in de komende maanden volledig in goede banen te leiden. Het Riziv stelde een overgangsperiode in (zie box hieronder). Recip-e volgt de situatie en zoekt samen met de zorgverleners, de softwareleveranciers en de overheid naar structurele oplossingen (zie verder: Houdt uw systeem up-to-date).
De problemen hebben veelal te maken met bugs in de software van artsen en apothekers - en vooral met problemen die opduiken wanneer je de twee combineert. Volgens Broeckx moet men de software in de gezondheidszorg op een andere manier gaan uittesten. "De pakketten werken goed wanneer je ze elk apart test met Recip-e, zoals we tot nu toe deden. Maar tegenwoordig gaan we meer naar zogenaamde ketentests. Wat gebeurt er als je informatie met pakket A naar de server oplaadt, en die er met pakket B vervolgens afhaalt. Als er fouten optreden, waar gaat het dan juist mis?"
Blijf problemen signaleren - volg de opleidingen
Dirk Broeckx vindt dat artsen en apothekers al zoveel mogelijk Recip-e moeten gebruiken. "Maar dat mensen zich beginnen op te winden omdat het systeem niet werkt, heeft geen zin. Omzeil het systeem wanneer het te veel problemen oplevert", luidt zijn raad
Vooral apothekers maken zich nu ongerust. Is het voorschriften dat ze aannemen wel in orde? Wat als de inspectie langskomt? Gaat het Riziv niet de terugbetaling weigeren?
"Het Verzekeringscomité van het Riziv heeft een overgangsperiode goedgekeurd", aldus Dirk Broeckx. "Binnen die periode zal men de zaken bekijken, en redelijk en soepel blijven. Wanneer een elektronisch voorschrift niet goed doorkomt, kan de apotheker tijdelijk op basis van het bewijs van voorschrift op de terugbetaling rekenen."
De precieze formulering van de overgangsmaatregel leest u op de website van het Riziv.
Dit jaar kun je in ieder geval nog terugvallen op het papieren circuit, onderstreept Broeckx. Dat geldt dus ook voor artsen: zie je dat iets problemen oplevert met Recip-e: het klassieke voorschrift blijft rechtsgeldig.
Maar belangrijk is wel dat zorgverleners op het terrein problemen blijven melden: de overheid moet de gaten en de bugs in het systemen zo snel mogelijk kunnen remidiëren - ze moet er blijven op gewezen worden dat ze bestaan.
Op eenlijn.be vindt u ook informatie over opleidingen. Voor artsen bestaan er onder meer korte opleidingen waar men de vuistregels geeft. LOK's, LMN's en huisartsenkringen kunnen deze Verkenningtochten' aanvragen.
Daarnaast zal eenlijn.be opleidingen organiseren voor artsen en apothekers samen. Daarin wordt het hele proces doorlopen: de arts schrijft een middel voor in zijn software, de apotheker ontvangt in met het apothekerspakket en levert het af. Locaties en data zijn al vastgelegd voor de combinatie van CareConnect met Farma.
"Voortaan kunnen we verschillende pakketten in een testomgeving naast elkaar op één platform plaatsen." De combinatie van alle pakketten samen wordt dan getest aan de hand van vooraf opgestelde gebruiksscenario's.
De methode met ketentests werd, zo vertelt Broeckx, hem het voorbije jaar in Vlaanderen door iMinds uitgewerkt. iMinds werd gevraagd het medicatieschema in Vitalink te optimaliseren. Dat medicatieschema zal de eerstkomende maanden verder worden uitgetest in zogenaamde superclusters - groepjes van een twintigtal artsen samen met enkele apothekers. iMinds zal dan analyseren hoe de zaken precies verlopen. De clusters zijn een testomgeving, maar met reële omstandigheden.
"Tot voor kort waren onze tests te oppervlakkig en onvoldoende. We concludeerden veel te snel dat het werkte. We hebben geleerd dat we meer tijd en middelen moeten uittrekken om te weten te komen of het ook echt gebruiksvriendelijk is." Nieuwe versies van Recip-e zullen met deze nieuwe inzichten worden uitgetest, stelt Broeckx.
Gebruiksvriendelijk
Software moet dus ook beter beoordeeld worden op gebruiksvriendelijkheid. "Gebruiksvriendelijk wil zeggen dat de software goed geïntegreerd moet zijn met de workflow van de zorgverlener. De interface met de software moet daarop afgestemd zijn."
"We moeten misschien het bord opnieuw schoonvegen. En ons opnieuw de centrale vragen stellen. Wanneer moet de de zorgverlener welke informatie te zien krijgen? Hoe kan hij het vlotst nieuwe gegevens in het systeem krijgen? Kan hij de software gebruiken op een manier die precies in zijn manier van werken past?"
"Het zijn gebruikers die deze vragen moeten beantwoorden", stelt Broeckx, "niet computeranalisten op een bureau van de softwareontwikkelaars. "Met de gebruikers moet men standaarden uitwerken die vervolgens door de ontwikkelaars worden gerespecteerd."
"Daarbij stelt met dan meteen de gebruiksscenario's op, en wanneer de toepassing klaar is voert men aan de hand van die scenario's de ketentests uit.
Houdt uw systeem up-to-date
Problemen met het elektronisch voorschrift doen zich vooral voor met het voorschrift op stofnaam en met magistrale bereidingen. Een van de belangrijke oorzaken daarvan is dat artsen- en apothekerspakketten verschillende datasets gebruiken - en dat de datasets nog niet volledig zijn.
Een belangrijke structurele maatregel die Recip-e nu met de verschillende partners heeft afgesproken is om de authentieke bron voor medicatie en andere (hulp)middelen die artsen (en tandartsen) kunnen voorschrijven, zo snel mogelijk aan te vullen. De bedoeling is dat dan alle softwarepakketten van de zorgverleners deze bron ook gebruiken. Zo vertelt Broeckx aan de redactie.
Wel merkt men dat nogal wat problemen vermeden kunnen worden, als artsen tenminste de laatste versie van hun software zouden gebruiken. "Het gebeurt dat de leverancier zijn databestanden wel up-to-date heeft gebracht, maar dat de huisarts met oude bestanden blijft werken. Dat zien we vaak."
"Naarmate we meer gebruik maken van elektronische systemen, moeten we voor die systemen ook zorg gaan dragen. Je moet een goede internetverbinding hebben. Je moet zorgen dat je stroom hebt wanneer het net uitgvalt. Je moet het systeem beveiligen en bijvoorbeeld de antivirussoftware up-to-date houden. "
Deadline 2018
Volgens Broeckx moet men in ieder geval voorkomen dat, wanneer begin volgend jaar het elektronisch voorschrift de standaard wordt en het papieren voorschrift de uitzondering, hetzelfde scenario als nu herhaald wordt. Dat wil zeggen dat de huidige problemen met Recip-e de komende maanden moeten opgelost worden. Is deze timing wel haalbaar? "Het is in ieder geval beter om de druk nog op de ketel te houden."
Daarnaast moet om deze nieuwe stap te zetten, het gebruik van Recip-e worden veralgemeend. "Men zal nog een pak werk hebben om ook de specialisten over te schakelen op Recip-e, samen met de poliklinieken en met de ambulante raadplegingen in ziekenhuizen."
Ten slotte moet Recip-e ook mobiel worden: "Binnenkort zullen artsen zich mobiel kunnen aanmelden bij eHealth, zonder eID en pincodes." Dirk Broeckx verwacht dat de softwareleveranciers al snel een nieuw mobiel authenticatiesysteem van het eHealth-platform zullen kunnen aanbieden.