Diagnose: artsen doen het nog altijd beter dan een algoritme

Sommigen voorspellen dat de rol van artsen er in de toekomst in zal bestaan om voorschriften te tekenen die door algoritmen zijn opgesteld. Maar zover is het nog lang niet. Volgens een studie uitgevoerd in Harvard, zijn artsen van vlees en bloed namelijk veel beter in het stellen van de juiste diagnose bij een patiënt, zelfs als ze die niet gezien hebben, dan online 'symptom checkers'.
De auteurs van dit onderzoek legden 45 klinische gevallen, waaronder 19 die overeenkwamen met weinig voorkomende aandoeningen, voor aan 234 artsen. Die konden uiteraard geen klinisch onderzoek uitvoeren bij hun virtuele patiënt en konden ook geen analyses aanvragen.
De precisie van elke arts op het geheel van de diagnosen werd vergeleken met die van 23 'symptom checkers' die beschikbaar zijn op het internet of via apps, en die aan surfers zonder medische vorming worden aangeboden met het oog op zelfdiagnose.
De analyse toont aan dat artsen tweemaal zo vaak meteen de juiste diagnose stellen (72,1% vs. 34,0%), en dat geldt zowel voor zeldzame als voor erg courante aandoeningen. Het percentage foute diagnosen van de artsen wordt op ongeveer 15% geschat, wat strookt met eerdere studies.
Volgens de onderzoekers is het verschil te wijten aan het feit dat huisartsen rekening houden met details en met de voorgeschiedenis van de patiënt, iets wat de 'wereldvreemde' algoritmen niet doen.
(referentie: JAMA Internal Medicine, 10 oktober 2016, doi: 10.1001/jamainternmed.2016.6001)