Euthanasie voor psychiatrische aandoeningen 'zeer beperkt'

In 2014 werden 1.928 gevallen van euthanasie aan de federale commissie gemeld en in 2015 2022. Psychische aandoeningen zijn goed voor 3,1% van de euthanasieaanvragen - ze zijn daarmee wel de vijfde voornaamste reden. Dat blijkt het uit tweejaarlijkse verslag van de Euthanasiecommissie.
Het aantal gevallen van euthanasie blijft stijgen, maar het tempo van de toename nam in 2014 en 2015 wel af ten opzichte van de vorige jaren. In 2013 bedroeg het aantal euthanasiegevallen 1807, in 2012 lag het aantal nog 'maar' op 1.432.
ICD 10
Een opmerkelijke vernieuwing bij de analyse in het verslag van de Commissie, is dat de diagnose die de arts in het registratiedocument vermeldt (in vak 3), voor de jaren 2014 en 2015 werden geclassifieerd volgens ICD-10-CM.
Voordien werden psychiatrische diagnoses in eenzelfde vak gestoken als neurologische aandoeningen. Voor het eerst vermeldt het verslag van de Commissie het aantal euthanasiegevallen wegens psychische stoornissen (of gedragsstoornissen).
In 2014 werden 61 euthanasiegevallen gemeld wegens psychische aandoeningen, naast 63 in 2015.
Kanker
De belangrijkste diagnose bij patiënten bij wie de arts op een euthanasieverzoek ingaat, is kanker - over de twee jaar tezamen goed voor 67,7% van de aanvragen.
Na kanker wordt 'polypathologie' als de tweede voornaamste oorzaak aangestipt (9,7%). (De arts vermeldt zelf polypathologie als diagnose, of hij geeft verschillende diagnosen en uit de beschrijving van het lijden blijkt dat er een combinatie van oorzaken is.)
De derde voornaamste reden zijn ziekten van het zenuwstelsel (6,9%), de vierde ziekten van hart en vaatstelsel (5,2%).
Op de vijfde plaats komen, zoals gezegd, psychische aandoeningen.
Niet-terminale patiënten
Polypathologie is de belangrijkste diagnose bij niet-terminale patiënten bij wie een euthanasieverzoek wordt ingewilligd (32,5%). Psychiatrische diagnosen komen hier op de tweede plaats wanneer je 2014 en 2015 tezamen neemt, met 19%. In 2014 ging het om 56 gevallen en in 2015 om 57. De euthanasiecommissie noemt het aantal gevallen "zeer beperkt".
De belangrijkste psychiatrische diagnose waarbij euthanasie wordt gevraagd is depressie: het gaat dan over 39 niet-terminale gevallen in 2014 en 2015 samen. Het aantal gevallen vertoont de laatste vier jaar een dalende trend.
De tweede belangrijkste diagnose is dementie - dat aantal neemt over de laatste jaren toe.
Andere belangrijke vaststellingen:
in 85% van de gevallen voorzag de arts het overlijden van de patiënt 'binnen afzienbare termijn', bij 15% ging het om niet-terminale patiënten;75% van de aangiften voldeden volkomen aan de wettelijke voorwaarden; in 19% van de gevallen werd deel I van de aangifte geopend om de arts om meer uitleg te vragen, en in 6% om de arts te wijzen op onvolkomenheden of interpretatiefouten in de aangifte;één dossier werd overgemaakt aan de procureur omdat er twijfel bestond over de naleving van de grondvoorwaarden van de wet;vaak worden buiten de wettelijke verplichte consults nog artsen of palliatieve teams om een opinie gevraagd;in 0,2% van de gevallen had de Commissie nog vragen voor de arts over de gebruikte techniek;in 2% van de gevallen vond een euthanasie plaats op grond van een voorafgaande wilsverklaring.De Commissie is van oordeel dat de patiënt die een behandeling weigert toch een verzoek om euthanasie kan indienen als die behandeling de aandoening niet kan genezen of ernstige bijwerkingen heeft.
Aanbevelingen
De Commissie ziet geen noemenswaardige problemen met de toepassing van de wet. Onder meer aangaande de wettelijke wachttermijn van één maand als het overlijden niet binnen afzienbare tijd wordt verwacht, vindt de Euthanasiecommissie geen aanpassing van de wet nodig.
De Commissie betreurt wel dat het opstellen van een voorafgaande wilsverklaring erg complex blijft, en dat de omslachtige procedures voor het registreren en het vernieuwen van deze verklaring niet werden aangepast.
De Commissie zou graag zien dat elekronische registratie mogelijk wordt, wat de gegevensverwerking bijvoorbeeld erg zou vergemakkelijken.
Meer statistiekjes
Taal: 80% van de aanvragen zijn in het Nederlands opgemaakt.
Leeftijd: 63% van de patiënten die euthanasie kregen waren tussen 40 en 69 jaar oud; 36% was ouder dan 79 jaar.
Plaats: in 44% van de gevallen vond de euthanasie bij de patiënt thuis plaats, in 13% van de gevallen in een woonzorgcentrum - dat laatste aantal neemt gestaag toe.
Methode: in 97,2% van de gevallen vindt de euthanasie plaats door toediening van Thiobarbital, al dan niet met een spierverslapper. Over de twee jaar werd acht keer alleen barbituraat per os gebruikt.
Het volledige tweejaarlijkse verslag voor 2014 en 2015 van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie vindt u hier.