Bxl

Met de nodige vertraging keurde het Verzekeringscomité van het Riziv deze week de referentiebedragen over het jaar 2012 goed. Een déjà vu overvalt ons. Andermaal zijn het vooral Brusselse ziekenhuizen die geld mogen terugstorten. Waalse instellingen stuurden hun gedrag bij, de hoofdstedelijke ziekenhuizen blijkbaar niet. Dat ligt enigszins voor de hand. In het wespennest van Vlaamse, Franstalige, bicommunautaire, universitaire en Iris-instellingen is het dag in dag uit pompen of verzuipen. De densiteit aan ziekenhuizen is in Brussel zo onnoemelijk hoog dat ze dag na dag slag moeten leveren op het scherp van de snee. Niet de patiënt maar de portemonnee van de patiënt staat centraal. Of hij/zij effectief zorg nodig heeft, weet je nooit met volle zekerheid.
In de ziekenhuissector gaan miljarden om. In het licht daarvan zijn de enkele honderdduizenden euro's terugbetalingen in het kader van de referentiebedragen peanuts. Het belet niet dat sommigen de methodologie andermaal op de korrel nemen. Een inspiratieloze verdediging, jaar na jaar blijft de tendens immers onmiskenbaar dezelfde.
Zeer merkwaardig zou wel zijn indien de op til zijnde hervorming in de ziekenhuisfinanciering geen rekening houdt met het systeem van de referentiebedragen. De hervorming beoogt immers een correctere financiering. Correct staat echter niet gelijk aan het onder de mat vegen van verschillen. Integendeel, de bedoeling moet ook zijn om niet-gerechtvaardigde verschillen weg te werken.
Eenzelfde prestatie geeft recht op eenzelfde vergoeding; of die prestatie nu in het centrum, in het zuiden of het noorden van het land geleverd wordt. Dat is een gouden maar niet evidente regel in het huidige gespannen sociale klimaat. Ook de laatste unitaire bolwerken, de vakbonden, zijn intern verdeeld. Of het nu over stakingen in gevangenissen, al dan niet rijdende treinen of referentiebedragen gaat, de tegenstellingen steken meer dan ooit opnieuw de kop op. Een situatie waarbij uiteindelijk vooral Vlaams-nationalisten garen spinnen.