'Ongeziene' resultaten van immunotherapie bij leukemie
"Dit is ongezien in de geneeskunde", zei een opgetogen prof. Stanley Riddell op het jaarlijkse congres van de American Association for the Advancement for Science (AAAS), waar hij de resultaten kwam presenteren van een volledig nieuwe klinische studie. Het betreft een immunotherapie die vanaf 2013 werd toegediend aan 29 patiënten met een bloedkanker van het type acute lymfatische leukemie, van wie er sommigen volgens de artsen nog slechts twee tot vijf maanden te leven hadden.
De onderzoekers verwijderden T-lymfocyten uit het bloed van de patiënten en pasten die in het laboratorium genetisch aan door er synthetische verbindingen op te plaatsen die chimere antigenreceptoren (CAR's) worden genoemd. Het doel was om ze bestendiger en agressiever te maken, zodat ze zich, na terugplaatsing in het lichaam van de patiënt, specifiek op de kankercellen zouden richten en die vernietigen.
Het resultaat? Bij 27 van de 29 patiënten (of 94%) met een gevorderde bloedkanker is remissie opgetreden of is de kanker volledig verdwenen. Bij patiënten met een andere vorm van bloedkanker melden de onderzoekers 80% succes, met volledige remissie in de helft van de gevallen.
Tijdens het onderzoek traden echter ook zwaardere bijwerkingen op (koorts, hypotensie, toxiciteit op het zenuwstelsel) dan degene die worden gezien met de klassieke behandelingen voor leukemie. Bovendien hebben zeven deelnemers een ernstig syndroom ontwikkeld waardoor ze op de intensive care terechtkwamen, en twee patiënten zijn daaraan gestorven. Dat risico is aanvaardbaar in een terminale fase bij patiënten bij wie alle andere behandelingen gefaald hebben.
Nu is het afwachten of de verkregen verbetering en remissie aanhouden in de tijd, en of de bijwerkingen verminderd kunnen worden, met name door de dosis van de lymfocyten te verlagen.