CM-studie heupprothesen: ZNA reageert - Renée Willems, manager communicatie, woordvoerder ZNA
Vorige week pakte CM uit met een studie waaruit moet blijken dat de prijsverschillen voor het plaatsen van een heupprothese erg verschillen en dat dure zorg niet noodzakelijk betere zorg is. Zo werd er gekeken naar de kans op een revisie-ingreep als kwaliteitsindicator. In deze vergelijking scoort ZNA volgens CM slecht: onze ingrepen in eenpersoonskamers zijn duur en de kans dat je na een operatie opnieuw onder het mes moet, is hoger dan elders. De dienst orthopedie van ZNA Middelheim wil dit tweede punt graag kaderen:
ZNA scoort zeer goed op indicatoren als opname in intensieve en bloedtransfusie na de ingreep en dat wijst op veilige en kwaliteitsvolle chirurgie. Een interne check van de historiek na de plaatsing van een heupprothese in ZNA over een periode van 12 jaar toont aan dat slechts in 3% van de gevallen een revisie moest worden uitgevoerd. Dat ZNA wel veel revisie-operaties uitvoert, is het gevolg van de stevige reputatie in de orthopedie. Daardoor wordt doorverwezen voor revisie-ingrepen van prothesen die buiten ZNA zijn geplaatst en dat zorgt voor hoge revisiecijfers. Ten slotte zijn de CM-cijfergegevens ZNA-breed, maar wordt nu in sommige media de indruk gewekt dat het enkel over ZNA Middelheim gaat.
De CM-cijfers geven dus een vertekend beeld. ZNA gaat met CM in gesprek om uit te pluizen hoe hun cijfers juist zijn samengesteld.