Externe validering van de RAPID-score
De RAPID-score voorspelt de evolutie van de patiënten tot vijf jaar na de diagnose. Met die score kan je de patiënten ook beter stratificeren.
De recentelijk ontwikkelde RAPID-score raamt het overlijdensrisico bij patiënten met een pleurale infectie. De score gaat uit van vijf gemakkelijk toegankelijke klinische items: het ureumgehalte in het bloed (<5, 5 - 8 en > 8 mM met een score van respectievelijk 0, 1 en 2), de leeftijd van de patiënt (< 50, 50 - 70 en > 70 jaar met een score van respectievelijk 0, 1 en 2), purulent pleuravocht (ja = 1, neen = 0), infectie opgedaan in de gemeenschap (0) of in het ziekenhuis (1) en het serumalbuminegehalte (? 27 g/l = 0, < 27 g/l = 1).
De score kan gaan van 0 tot 7. Een score van 0-2 voorspelt een laag overlijdensrisico, een score van 3-4 een matig hoog en een score van 5-7 een hoog overlijdensrisico.
Die score werd onlangs gevalideerd in een groep van 187 patiënten met positieve culturen van pleuravocht.
Na drie maanden bedroeg de totale sterfte 1,5% bij de patiënten met een laag overlijdensrisico, 17,8% bij de patiënten met een matig hoog overlijdensrisico en 47,8% bij de patiënten met een hoog overlijdensrisico. De waarschijnlijkheid van overlijden ongeacht de doodsoorzaak was dus 14,3% hoger bij patiënten met een matig hoge risicoscore en 53,5% hoger bij patiënten met een hoge risicoscore dan bij de patiënten met een lage risicoscore. Eenzelfde tendens werd waargenomen na één, drie en vijf jaar.
De studie toont ook aan dat een infectie met gramnegatieve bacillen, hart- of longlijden, kanker, diabetes en een langdurig ziekenhuisverblijf correleren met een hoge RAPID-score.