Longembolie en diepe veneuze trombose van de onderste ledematen, een gevaarlijke combinatie

Het gebeurt niet zelden dat een patiënt met een diepe veneuze trombose een longembolie ontwikkelt. De prognose van die combinatie is echter niet goed onderzocht.
Een internationale groep heeft daarom een meta-analyse verricht van de studies uitgevoerd bij patiënten met een acute longembolie om na te gaan of de concomitante aanwezigheid van een diepe veneuze trombose van de onderste ledematen invloed had op de totale sterfte na 30 dagen (primair eindpunt) en de gevolgen van de longembolie na 90 dagen (secundair eindpunt).
De auteurs hebben negen studies met in het totaal tien groepen patiënten (n = 8.859) teruggevonden en onder de loep genomen. Het primaire eindpunt kon worden geanalyseerd in zeven groepen met in het totaal 7.868 patiënten van wie 4.379 (56%) met en 3.489 (44%) zonder DVT van de onderste ledematen.
De totale sterfte na 30 dagen was significant hoger (n = 272, 6,2 %) bij de patiënten met dan bij de patiënten zonder DVT (n = 133, 3,8 %).
Het verschil was significant bij analyse van alle patiënten van de zeven groepen waarin het primaire eindpunt kon worden geanalyseerd. De sterfte na 30 dagen was bijna tweemaal hoger in geval van een concomitante DVT van de onderste ledematen (OR 1,9; 95% BI 1,5 - 2,4, en dat was zo in alle patiëntengroepen).
Het secundaire eindpunt kon worden geanalyseerd in vijf cohorten. Concomitante aanwezigheid van een DVT van de onderste ledematen bleek geen negatieve invloed te hebben op het secundaire eindpunt: het betrouwbaarheidsinterval omvatte de eenheid (OR 1,6; 95% BI 0,8 - 3,4, maar de resultaten waren niet gelijkmatig in de verschillende cohorten).