Het einde van consoliderende chemotherapie
Tot nog toe werden Aziatische patiënten met een niet-kleincellige longkanker behandeld met concomitante chemo-radiotherapie gevolgd door een consoliderende chemotherapie. Daar zou nu weleens een einde aan kunnen komen.
De studie werd uitgevoerd bij patiënten met een plaatselijk gevorderde niet-kleincellige longkanker die werden behandeld met chemo-radiotherapie alleen (observatiegroep) of chemo-radiotherapie gevolgd door een consoliderende chemotherapie (interventiegroep).
Alle patiënten kregen een combinatie van docetaxel (200 mg/m2) + cisplatine (20 mg/m2) eenmaal per week gedurende zes weken en radiotherapie van de thorax (66 Gy verdeeld over 33 fracties). De interventiegroep kreeg daarna nog een consoliderende chemotherapie in de vorm van docetaxel en cisplatine 35 mg/m² op d1 en d8 van drie extra cycli van drie weken.
De auteurs hoopten dat de progressievrije overleving 40% beter zou zijn in de interventiegroep (primair eindpunt).
In het totaal werden 437 patiënten gerandomiseerd. 17 patiënten zijn de chemo-radiotherapie dan toch niet gestart. De analyse betrof dus 420 patiënten, 211 in de observatiegroep en 209 in de interventiegroep. 143 (68%) van de 209 patiënten van de interventiegroep hebben de consoliderende chemotherapie daadwerkelijk gekregen en van die 143 hebben er 88 (62 %) de geplande drie aanvullende cycli voltooid.
De mediane progressievrije overleving was één maand beter in de interventiegroep dan in de observatiegroep (respectievelijk 9,1 en 8,1 maanden), wat echter duidelijk minder goed was dan de vereiste 40% verbetering. Het verschil was overigens niet significant. De verhouding van de relatieve risico's (HR) bedroeg 0,91 en het 95% betrouwbaarheidsinterval omvatte de eenheid (0,73 - 1,12; p = 0,36). De mediane totale overleving bedroeg 21,8 maanden in de interventiegroep en 20,6 maanden in de observatiegroep (HR 0,91; 95% BI 0,72 - 1,25; p = 0,44). De conclusie is dan ook dat concomitante chemo-radiotherapie alleen de standaardbehandeling blijft bij een plaatselijk gevorderde niet-kleincellige longkanker.
http://jco.ascopubs.org/content/early/2015/07/02/JCO.2014.60.0130.abstract