Niet-kleincellige longkanker stadium I
Wat is de beste behandeling als een radicale lobectomie niet mogelijk is of door de patiënt wordt geweigerd? Een Duits multidisciplinair team voerde een studie uitdie tot nadenken stemt.
Wat is de optimale behandeling van niet-kleincellige longkanker stadium I bij patiënten die wegens een slechte algemene toestand geen radicale lobectomie kunnen ondergaan, of die een dergelijke operatie weigeren? Dat isnog niet duidelijk. Deze patiënten kunnen tot 25% van de betrokken populatie uitmaken. In dergelijke gevallen zijn er drie mogelijkheden: een minimale heelkundige ingreep met een sublobaire resectie (SLR), radiofrequentieablatie (RFA) en radiotherapie (RT).
Een Duitse groep heeft de dossiers doorgenomen van 116 patiënten met een histologisch bewezen niet-kleincellige longkanker stadium I die tussen 2009 en 2013 een van de bovenvermelde behandelingen hebben ondergaan. Het primaire eindpunt was de tijd tot optreden van een tumorrecidief. Secundaire eindpunten waren de totale overleving en de ziektevrije overleving. In die studie werden 49 patiënten behandeld met RT, 42 met een SLR en 25 met RFA.
De patiënten bij wie een SLR werd uitgevoerd, waren gemiddeld jonger en hadden een betere lichamelijke conditie. De patiënten die RT hadden gekregen, vertoonden een uitgebreidere tumor. Bij de analyse van de resultaten hebben de auteurs rekening gehouden met die vertekenende factoren.
Het type behandeling bleek invloed te hebben op de tijd tot tumorrecidief, maar dat resulteerde niet in een significant verschil in totale overleving of ziektevrije overleving. De tijd tot tumorrecidief was het langst in de SLR-groep. Het relatieve risico (HR) bedroeg 2,73 in vergelijking met RT en 7,57 in vergelijking met RFA.
De 95%-betrouwbaarheidsintervallen waren echter in beide gevallen bijzonder groot: 0,72-10,27 bij vergelijking van SLR met RT (aangezien de eenheid in het betrouwbaarheidsinterval valt, is het resultaat niet significant) en 1,94-29,17 bij vergelijking van SLR met RFA.
De enige conclusie die we mogen trekken, is dus dat de controle van de primaire tumor wellicht beter is met SLR, echter zonder verschil in totale en ziektevrije overleving. Het is nu wachten op prospectieve, gerandomiseerde studies om meer klaarheid te scheppen.