PPI en pneumonie
De auteurs hebben een systematische literatuurreview uitgevoerd met inclusie van nog niet-gepubliceerde gegevens en gegevens die niet waren verwerkt in vroegere studies, en uitgaande daarvan hebben ze een meta-analyse uitgevoerd van het verband tussen ambulante inname van protonpompremmers (PPI) en het risico op community acquired pneumonie.
De auteurs hebben 33 gerandomiseerde en observationele studies teruggevonden. De meta-analyse is gebaseerd op 26 studies, goed voor 97% van de totale populatie en 86% van de gevallen van community acquired pneumonie die ze bij de systematische literatuurreview hebben teruggevonden, respectievelijk 6.350.000 personen en bijna 227.000 gevallen van pneumonie.
Het risico was gemiddeld 50% hoger dan bij mensen die geen PPI innamen (OR 1,49; 95% BI 1,16 - 1,92) en was zelfs 100% hoger tijdens de eerste 30 dagen na het starten van de behandeling (OR 2,10; 95% BI 1,39 - 3,16).
Het risico steeg los van de leeftijd van de patiënt en de gebruikte dosering. Het gebruik van een PPI verhoogde ook het risico op ziekenhuisopname wegens community acquired pneumonie (OR 1,61; 95% BI 1,12 - 2,31).
Mogelijke verklaringen voor het verhoogde risico op community acquired pneumonie zijn microaspiraties van een darmflora die verandert onder invloed van het geringe zuurgehalte in de maag, en veranderingen van de respiratoire flora door remming van de protonpompen in de luchtwegen, wat infecties in de hand zou kunnen werken. Het risico blijkt maximaal te zijn tijdens de eerste maand. Dat pleit voor een verband tussen de verandering van de pH en een verandering van het respiratoire en het intestinale microbioom.
De onderzoekers raden dan ook aan om tweemaal na te denken voor je een PPI voorschrijft, vooral als je niet met zekerheid weet of de PPI gunstige effecten zal hebben, en als er nog andere therapeutische mogelijkheden zijn. Volgens die studie verhogen H2-receptorantagonisten dat risico niet.
Voor de goede verstaander...