Leukotrieenreceptorantagonisten en COPD
Leukotrieenreceptorantagonisten zijn vooral geïndiceerd bij astma. Kunnen ze ook van betekenis zijn bij patiënten met COPD?
Misschien wel. Leukotriënen spelen immers mee bij de mechanismen die ten grondslag liggen aan COPD, zoals de neutrofiele ontsteking, meer mucussecretie en verminderde mucociliaire klaring.
Koreaanse onderzoekers hebben een meta-analyse uitgevoerd van de al dan niet gerandomiseerde studies bij rokers (> 10 pakjesjaren) van meer dan 40 jaar bij wie de ESW na bronchodilatatie < 80% was van de theoretische waarde en die gedurende minstens 2 weken een leukotrieenreceptorantagonist hadden gekregen.
Het resultaat was vrij ontgoochelend. Uiteindelijk hebben ze maar 7 studies met in het totaal 342 patiënten gevonden. De meta-analyse toonde geen gunstige effecten.
De onderzoekers hebben ook de gegevens van de 3 gerandomiseerde, gecontroleerde studies die ze in de literatuur hadden teruggevonden, apart geanalyseerd. Een analyse van de samengevoegde gegevens van die drie studies toonde geen klinisch of statistisch significant effect op de ESW en de vitale capaciteit, respectievelijk + 0,09 l (95% BI - 0,04 tot + 0,21 l), p = 0,17 en + 0,04 l (95% BI - 0,04 tot + 0,11 l), p = 0,64. Ze hebben evenmin een significant effect vastgesteld op de concentraties van twee ontstekingsmarkers. De gestandaardiseerde gemiddelde verandering van myeloperoxidase bedroeg - 0,15 (95% BI - 0,65 tot + 0,36) en die van leukotrieen B4 0,41 (95% BI - 0,96 tot + 0,13).
Het enige mogelijke effect is misschien een lagere frequentie van episoden van dyspneu en sputa. Dat werd teruggevonden in twee niet-gerandomiseerde studies. Het artikel eindigt met een oproep om studies op touw te zetten om na te gaan welke COPD-patiënten baat zouden kunnen vinden bij leukotrieenreceptorantagonisten.
Of ze daar veel vrijwilligers voor gaan vinden, valt te betwijfelen.