Helder, minutieus en gebaseerd op stevig bewijsmateriaal
Zo bestempelt de ASCO (American Society of Clinical Oncology) de richtlijnen van de ASTRO (American Society for Radiation Oncology) voor radicale en adjuvante radiotherapie bij een plaatselijk gevorderde niet-kleincellige longkanker.
Er is geen eensgezindheid over het therapeutische beleid bij een plaatselijk gevorderde niet-kleincellige longkanker. Het blijft een moeilijke opgave om de verschillende behandelingsvormen te combineren. Daar zou nu verandering in moeten komen met de publicatie van de richtlijnen, die direct door de ASCO werden goedgekeurd.
We onthouden zes fundamentele punten.
- Voor een in opzet curatieve behandeling wordt een concomiterende radiochemotherapie aanbevolen. Die behandeling geeft een betere lokale controle en een langere totale overleving dan sequentiële toediening van chemotherapie en radiotherapie en dan radiotherapie alleen.
- Bij patiënten die een concomiterende radiochemotherapie niet verdragen, wordt sequentiële toediening van chemotherapie en daarna radicale radiotherapie bevolen. De totale overleving is immers beter met sequentiële chemo- en radiotherapie dan met radiotherapie alleen.
- Radiotherapie alleen is geïndiceerd bij patiënten die niet in aanmerking komen voor een combinatietherapie. Radiotherapie wordt in de regel beter verdragen, maar de overleving is minder goed.
- Er is geen plaats voor een systematische inductiechemotherapie voor radiochemotherapie.
- Een consoliderende chemotherapie na radiochemotherapie wordt niet routinegewijs aanbevolen. Dat blijft evenwel een optie bij patiënten die tijdens de radiotherapie geen systemische chemotherapie in volle dosering hebben gekregen.
- Het ideale schema van concomiterende chemo- en radiotherapie is niet bekend. De twee schema's die het vaakst worden gebruikt, zijn een combinatie van cisplatine en etoposide en een combinatie van carboplatine en paclitaxel.