De leeftijd doet er niet toe
Een nieuwe studie toont aan dat 70-plussers met een niet-kleincellige longkanker in een vroeg stadium evenveel baat vinden bij een adjuvante chemotherapie als jongere patiënten.
De auteurs hebben de gegevens doorgenomen van 7.593 patiënten die een operatie hadden ondergaan wegens een niet-kleincellige longkanker stadium IB tot III. 2.897 patiënten (38%) waren minstens 70 jaar oud.
31,6% van de patiënten jonger dan 70 jaar had een adjuvante chemotherapie gekregen tegen slechts 15,3% van de patiënten ouder dan 70 jaar. Het verschil was zeer significant (p < 0,0001).
Het percentage patiënten dat een adjuvante chemotherapie heeft gekregen, is mettertijd gestegen, maar het verschil tussen jongere en oudere patiënten is nagenoeg niet veranderd. De chemotherapie die het vaakst werd voorgeschreven (65%) ongeacht de leeftijd, was een bitherapie met een platinazout.
De prognose was altijd beter bij de patiënten die een adjuvante chemotherapie hadden gekregen, ongeacht de leeftijd. De waarschijnlijkheid van succes was vrij vergelijkbaar, te oordelen naar het relatieve overlijdensrisico van 0,79 (95% BI 0,72 - 0,86) bij jongere patiënten en 0,81 (95% BI 0,71 - 0,92) bij 70-plussers. De patiënten met een stadium II-kanker vonden de meeste baat bij adjuvante chemotherapie, ongeacht hun leeftijd.
Eén van de belangrijkste beperkingen van die retrospectieve studie is zoals de auteurs zelf aangeven, het feit dat er geen gegevens waren over de initiële fysieke geschiktheid van de patiënten. Dat is nochtans een element dat zeer vaak bepalend is bij de beslissing om al dan niet een adjuvante chemotherapie te starten.
De onderzoekers concluderen dat de leeftijd op zichzelf geen contra-indicatie mag zijn voor adjuvante chemotherapie.