COPD en plotselinge cardiale dood
Bij een recente analyse van de Rotterdam study heeft een groep Belgische en Nederlandse onderzoekers vastgesteld dat COPD-patiënten vaker een plotselinge cardiale dood sterven dan mensen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht zonder COPD.
Ter herinnering, de Rotterdam Study is een populatiestudie die werd gestart in 1990 en waarin bijna 15.000 proefpersonen die bij de start van de studie jonger waren dan 45 jaar, op lange termijn worden gevolgd. De onderhavige analyse is gebaseerd op de gegevens van 13.417 proefpersonen van wie 1.615 patiënten met COPD.
Tijdens de follow-up zijn 5197 deelnemers overleden (39%). 551 patiënten zijn een plotselinge cardiale dood gestorven: 82 COPD-patiënten en 469 mensen zonder COPD.
De meeste gevallen van gedocumenteerde plotselinge dood bij COPD-patiënten hebben zich 's nachts voorgedaan.
COPD verhoogde het risico op plotselinge cardiale dood met 34%, maar dat risico verschilde volgens de duur en de ernst van de COPD. Het risico was bijna tweemaal hoger bij patiënten bij wie de diagnose van COPD meer dan vijf jaar geleden werd gesteld, en was driemaal hoger bij de patiënten bij wie de diagnose van COPD meer dan vijf jaar geleden werd gesteld en die frequent exacerbaties ontwikkelden.
Het risico bleef verhoogd ook na correctie voor het feit dat COPD de totale sterfte verhoogt.
Volgens de onderzoekers betekent dat dus dat COPD een risicofactor voor plotselinge cardiale dood is en moeten dus de nodige maatregelen worden genomen om dat risico te verlagen, zoals rookstop en meer lichaamsbeweging. Roken en een sedentair leven verhogen immers het risico op cardiale problemen. En dan is het misschien ook goed om geen geneesmiddelen voor te schrijven die het QT-interval verlengen, zoals adrenaline, adrenerge agonisten, geneesmiddelen voor verkoudheid, bepaalde antibiotica en antidepressiva.