Mesothelioom, nog maar eens een ontgoocheling
In een fase 1-studie had vorinostat gunstige klinische effecten bij patiënten met een pleuramesothelioom. Dat kon echter niet worden bevestigd in de fase 3-studie VANTAGE-014.
Vorinostat is een remmer van de histondesacetylasen die interfereert met de genexpressie en de eiwitactiviteit in tumoren. Vorinostat werd uitgetest in een gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde studie bij 661 patiënten met een pleuramesothelioom (stadium III of IV in 90% van de gevallen) dat was verergerd tijdens een eerstelijns- (77%) of tweedelijnschemotherapie (23%). 97% van de patiënten had pemetrexed gekregen. Vorinostat 300 mg x 2 (n = 329) en de placebo (n = 332) werden tijdens de eerste 3 dagen van cycli van 21 dagen toegediend.
Er werd geen significant verschil in de totale overleving (primair eindpunt) vastgesteld tussen de twee behandelingsgroepen. De mediane overleving bedroeg 30,7 weken (95% BI 26,7-36,1) met vorinostat en 27,1 weken (95% BI 23,1-31,9) met de placebo (HR 0,98; p = 0,86). In geen enkele van de onderzochte subgroepen werd een verschil waargenomen.
De mediane progressievrije overleving was beter met vorinostat, maar het verschil kan moeilijk als klinisch relevant worden gezien: 6,3 weken versus 6,1 met de placebo (p<0,001).
De dosering werd verlaagd of de behandeling werd stopgezet wegens bijwerkingen bij respectievelijk 11% en 6% van de patiënten in de vorinostatgroep en bij respectievelijk 2% en < 1% van de patiënten in de placebogroep. De belangrijkste graad ≥ 3-bijwerkingen in de vorinostatgroep waren vermoeidheid, malaise, dyspneu en nausea.