Longkanker bij vrouwen
In een zeer grote Amerikaanse, prospectieve studie werd geen duidelijk verband vastgesteld tussen het risico op longkanker bij vrouwen en evenementen tijdens de voortplantingsperiode. Die studie weerlegt ook grotendeels dat hormoontherapie een bevorderende rol zou spelen.
De resultaten van die studie zijn gebaseerd op de gegevens van "The Women's Health Initiative Observational Study and Clinical Trials" die tussen 1993 en 1998 werden verzameld bij meer dan 160 000 gemenopauzeerde vrouwen die 50-79 jaar oud waren bij de start van de studie. De auteurs hebben die studie uitgevoerd om na te gaan of evenementen tijdens de vruchtbare periode en het gebruik van hormoontherapie (anticonceptiva en hormonale substitutietherapie) mede verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de verschillen in longkanker tussen mannen en vrouwen. Ter herinnering, bij vrouwen speelt roken een minder belangrijke rol dan bij mannen. Vrouwen die niet roken, krijgen vaker longkanker dan mannen die niet roken. Ook is er een verschil in de distributie van de histologische types tussen mannen en vrouwen en de 5 jaarsoverleving is beter bij vrouwen.
Na een mediane follow-up van 14 jaar werden 2.467 gevallen van longkanker geregistreerd. Volgens die studie hebben hormonale contraceptie en hormonale substitutietherapie voor de menopauze geen negatieve effecten. Integendeel, inname van gecombineerde anticonceptiva gedurende minder dan vijf jaar ging zelfs gepaard met een iets lager risico op longkanker (HR = 0,84; 95% BI 0,71-0,99). Een late menopauze blijkt veeleer het risico te verlagen, terwijl multipariteit het risico wat zou verhogen. Vrouwen die een eerste kind baren tussen de leeftijd van 20 en 29 jaar, ontwikkelen minder vaak een niet-kleincellige longkanker, maar er is geen verschil in de andere subtypes.
Belangrijk om te onthouden is echter dat het risico op longkanker hoofdzakelijk afhangt van het rookgedrag. De evenementen van de voortplantingsperiode en het gebruik van typisch vrouwelijke hormonale behandelingen verhogen op zichzelf het risico op longkanker bij vrouwen niet.