Leverparenchym vrijwaren bij leverchirurgie wegens kanker

De morbiditeit en de sterfte na een partiële hepatectomie wegens kanker zijn sterk gedaald. Een grote hepatectomie wordt minder vaak uitgevoerd.
In deze studie werd 4.152 keer een leverresectie uitgevoerd wegens kanker bij 3.875 patiënten. De frequentste diagnose was gemetastaseerde colorectale kanker (n=2.476, 64% van de patiënten). De sterfte na 90 dagen is tijdens de studieperiode gedaald van 5% tot 1,6% (p < 0,001). De perioperatieve morbiditeit is gedaald van 53% naar 20% (p < 0,001). Het percentage grote hepatectomie is gedaald van 66% naar 36% (p < 0,001).
Het aantal perioperatieve transfusies is gedaald van 51% naar 21% (p < 0,001). Het spectrum van perioperatieve morbiditeit veranderde duidelijk in de loop van de tijd. Abdominale infecties treden nu vaker op (43% van de complicaties) dan cardiopulmonale (22% van de complicaties). Het postoperatieve bilirubinegehalte (odds ratio [OR] 1,1, p < 0,001), het bloedverlies (OR 1,5, p = 0,001), een grote hepatectomie (OR 1,3, p = 0,031) en een concomiterende partiële colectomie (OR 2,4, p <0,001) waren onafhankelijke voorspellers van perioperatieve morbiditeit. De sterfte na resectie van drie leverlobben (6%) en een rechter hepatectomie (3%) veranderde niet.