COPD en luchtvervuiling
Een studie voor mensen die er nog aan zouden twijfelen dat luchtvervuiling negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van de longfunctie en dus het latere optreden van COPD in de hand kan werken.
Amerikaanse vorsers hebben prospectief de groei van de longen onderzocht bij drie opeenvolgende cohorten van adolescenten die 11 jaar oud waren bij inclusie en die werden gevolgd tot de leeftijd van 15 jaar (1994-1998, 1997-2001 en 2007-2011). Ter herinnering, de longen groeien maximaal tijdens de adolescentie (11-15 jaar) en groeien daarna trager tot de leeftijd van ongeveer 20 jaar.
De vorsers wilden vooral het effect van de strengere wetgeving inzake luchtvervuiling op de longfunctie evalueren.
Ze hebben daarbij aangetoond dat de daling van het ozongehalte (de eerste vervuiler die de overheden hebben aangepakt) geen gunstig effect heeft gehad op de ontwikkeling van de longfunctie. De strijd tegen de uitstoot van fijn stof en stikstofdioxide daarentegen blijkt wel zeer lonend te zijn.
Bij analyse van de cohorten 1994-1998 en 2007-2011 werd vastgesteld dat elke daling van het stikstofdioxidegehalte met 14,1 partikels per miljoen gepaard gaat met een gemiddelde stijging van de ESW met 91,4 ml en van de VC met 168,9 ml. Elke daling van de hoeveelheid fijn stof PM10 met 12,6 µg ging gepaard met een stijging van de ESW en de VC met respectievelijk 65,5 en 113 ml en elke daling van de concentratie fijn stof PM2,5 met 8,5 µg ging gepaard met een stijging van de ESW en de VC met respectievelijk 65,5 en 126,9 ml.
Het percentage adolescenten met een ESW of een VC < 80% van de theoretische waarde is tussen 1994 (7,9%) en 2011 (3,6%) gehalveerd. Die gunstige effecten werden waargenomen bij jongens en meisjes en zowel bij astmalijders als bij de proefpersonen zonder astma.