Obesitas, een nieuwe paradox
Obesitas en bronchuskanker zijn twee grote problemen voor de volksgezondheid. De gevolgen van een combinatie van die twee aandoeningen zijn omstreden, grotendeels omdat dat nog niet goed werd onderzocht.
Een Franse groep heeft de literatuur doorgenomen om het effect van obesitas op de incidentie van bronchuskanker en op de werkzaamheid en de veiligheid van de verschillende behandelingen (chirurgie, radiotherapie en chemotherapie) te evalueren.
Volgens de gegevens die de vorsers verzameld hebben, en in tegenstelling tot wat we zien bij veel andere kankers, blijkt obesitas het optreden van bronchuscarcinoom niet in de hand te werken. De studies weerleggen ook het idee dat de behandeling een hoger risico zou inhouden bij zwaarlijvige patiënten.
De anesthesie bij een chirurgische ingreep is evenwel moeilijker en ook zal de operatie langer duren bij zwaarlijvige patiënten, maar dat resulteert niet in een hogere postoperatieve morbiditeit en mortaliteit. Integendeel, de gegevens wijzen erop dat obesitas te verkiezen is boven magerheid. Als patiënten met een bronchuscarcinoom mager zijn, is dat vaak toe te schrijven aan ondervoeding en ondervoeding is prognostisch ongunstig. Chemotherapie en radiotherapie kunnen blijkbaar volgens dezelfde criteria worden toegepast als bij patiënten met een normaal gewicht.
De overleving op lange termijn bij patiënten met bronchuskanker is beter als ze zwaarlijvig zijn, en dat zowel na chirurgie als na een niet-chirurgische behandeling. Vandaar de conclusie dat obesitas helemaal geen schadelijke factor is, maar merkwaardig genoeg een gunstig effect blijkt te hebben bij patiënten met een bronchuskanker.