Community acquired pneumonie met sterke inflammatoire component
Ontstekingsverschijnselen verdedigen het lichaam tegen micro-organismen. Daarom is het beter de ontsteking op haar beloop te laten tenzij ze te uitgesproken is en daardoor zelf problematisch wordt.
Ondanks de aanwinsten in de behandeling blijft de sterfte bij patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen wegens een community acquired pneumonie, hoog, vooral in geval van een ernstige aantasting. De waarschijnlijkheid van mislukken van de behandeling blijkt hoger te zijn bij patiënten die een sterke ontstekingsreactie vertonen op de infectie.
Corticoïden verminderen de expressie en de werking van een groot aantal cytokines die meespelen bij de ontstekingsreactie op een infectie. Spaanse vorsers hebben daarom een multicentrische, gerandomiseerde, gecontroleerde, dubbelblinde studie uitgevoerd naar het effect van methylprednisolon bij patiënten die in het ziekenhuis werden opgenomen wegens een ernstige community acquired pneumonie met sterke ontstekingsverschijnselen (gedefinieerd als een CRP > 150 mg/l bij opname).
Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van vroeg (shock, noodzaak tot beademing of overlijden binnen 72 uur na starten van het corticoïd of de placebo) en laat falen van de behandeling (radiografische toename, ernstige, persisterende ademhalingsinsufficiëntie, shock, noodzaak tot beademing of overlijden 72 tot 120 uur na starten van het corti corticoïd coid of de placebo).
De patiënten werden gerandomiseerd naar methylprednisolon i.v. bolus van 0,5 mg/kg om de 12 uur (n= 61) of een placebo (n=59). De behandeling werd gestart binnen 36 uur na opname en duurde 5 dagen.
Het percentage falen van de behandeling bedroeg 13% in de methylprednisolongroep en 31% in de placebogroep. Dat stemt overeen met een odds ratio van 0,34 (95% BI 0,14 -0,87), p=0,02.
Het verschil tussen de twee groepen was nagenoeg volledig te danken aan een geringere incidentie van radiografische verergering in de corticoïdgroep. Er werd echter geen significant verschil in de ziekenhuissterfte gemeten: 10% (n=6) in de methylprednisolongroep versus 15% (n=9) in de placebogroep, 95% BI -6% - 17%, p=0,37.