COPD, symptomatologie en overlijdensrisico
Er bestaan meerdere gevalideerde instrumenten om de ernst van de symptomen bij COPD-patiënten te evalueren, maar of die instrumenten ook het overlijdensrisico kunnen voorspellen, is niet bekend.
Een Spaanse groep heeft een studie uitgevoerd om na te gaan in hoeverre de gewijzigde dyspneuschaal van de Medical Council Research (mMRC), de COPD-evaluatietest (CAT) en de COPD-vragenlijst (CCQ) het overlijdensrisico kunnen voorspellen. Ze hebben hun onderzoek uitgevoerd bij 768 COPD-patiënten die hadden deelgenomen aan de observationele, multicentrische CHAIN-studie (COPD History Assessment In SpaiN) die jaarlijks werden gevolgd gedurende gemiddeld 38 maanden. Het ging overwegend om mannelijke patiënten (82%) met een gemiddelde ESW van 60% van de voorspelde waarde.
De drie instrumenten bleken de sterfte te kunnen voorspellen. De patiënten die tijdens de follow-up zijn overleden (n = 73), vertoonden inderdaad hogere scores dan de overlevenden: CAT 14 versus 11, p = 0,022; CCQ 1,6 versus 1,3, p = 0,033; mMRC 2 versus 1, p < 0,001. De oppervlakte onder de ROC-curve bedroeg respectievelijk 0,589, 0,588 en 0,649. Dat wijst erop dat de CAT en de CCQ eenzelfde voorspellende waarde hebben wat de totale sterfte betreft, maar dat de mMRC een betere voorspellende waarde heeft.
De CAT-score moet ≥ 17 zijn en de CCQ-score > 2,5 om eenzelfde voorspellende waarde te hebben wat de totale sterfte betreft als een mMRC-score ≥ 2.
De onderzoekers stellen dan logischerwijze ook voor om die afbreekwaarden te gebruiken bij de classificatie van de patiënten volgens de nieuwe GOLD-richtlijnen.