Astma: verschillen in stad en platteland achterhaald?
De hypothese die stelt dat een stedelijke omgeving het risico op astma bevordert door de aanwezigheid van tal van allergenen, komt na een halve eeuw op de helling te staan door de resultaten van een grootschalige studie. Volgens onderzoekers aan de Johns Hopkins School of Medicine bevordert het stadsleven het risico op astma helemaal niet.
De studie werd uitgevoerd bij 23.065 kinderen tussen 6 en 17 jaar oud, van diverse etnische origine, van diverse sociale klassen en uit verschillende wijken. Ze toont aan dat er weinig verschil is in de prevalentie van astma bij kinderen die in een stad wonen (13%) en bij kinderen die in buitenwijken of op het platteland wonen (11%).
De etnische oorsprong en het inkomensniveau van de ouders lijken echter veel bepalender te zijn. Zo is in de steden in het westen van de Verenigde Staten 8% van de kinderen astmatisch, tegenover 17% in de stedelijke gebieden in het noordoosten, en zelfs 21% in de achtergestelde voorsteden van die zones. In achtergestelde wijken van middelgrote steden in de Midwest, bedraagt de prevalentie van astma bij kinderen maar liefst 26%, tegenover 15% in de meer verstedelijkte wijken.
Bovendien is de prevalentie van astma duidelijk hoger bij kinderen van zwarte of Puerto Ricaanse origine (respectievelijk 17 en 20%) dan bij kinderen met een andere afkomst (10% bij blanken, 8% bij Aziaten, en 9% bij hispanics). Dat verschil zou gedeeltelijk te verklaren zijn door genetische predispositie.