Pneumonie en behandeling met corticoïden, nieuwe gegevens
Er is nog altijd discussie over het nut van toevoeging van systemische corticoïden aan antibiotica bij de behandeling van community acquired pneumonie. De studies hebben immers tegenstrijdige resultaten opgeleverd.
Een Zwitserse groep heeft een multicentrische, gerandomiseerde, gecontroleerde, dubbelblinde studie uitgevoerd van 785 patiënten die in 7 tertiaire centra werden opgenomen (1). De patiënten werden binnen 24 uur na aankomst in het ziekenhuis gerandomiseerd naar de gebruikelijke behandeling plus prednison 50 mg/d gedurende 7 dagen (n = 392) of de gebruikelijke behandeling plus een placebo (= 393). Het primaire eindpunt van de studie was de tijd tot stabilisering van de vitale tekenen gedurende minstens 24 uur.
Bij analyse volgens het principe van intentie tot behandelen was de mediane tijd tot stabilisering van de vitale tekenen gemiddeld 1,4 dag korter in de prednisongroep (3,0 versus 4,4 dagen, hazard ratio 1,33; 95% BI 1,15 - 1,50; p < 0,0001) en daardoor kon het ziekenhuisverblijf met één dag worden ingekort. Er werd geen significant verschil in de frequentie van complicaties van de pneumonie waargenomen tussen de prednisongroep en de placebogroep (respectievelijk n = 11 (3%) en n = 22 (6%), p = 0,056).
Een tijdelijke lichte tot matige hyperglykemie waarvoor insuline moest worden gegeven, was de enige bijwerking die significant vaker is opgetreden in de prednisongroep: n = 76 (19%) versus n = 43 (11%), p = 0,0010.
Die studie wijst er dus op dat een korte systemische behandeling met prednison de toestand sneller stabiliseert. Dat is goed voor de patiënt én voor de financies van de verzekeringsinstanties. Die beschouwingen verklaren allicht de algemene toon van het redactioneel commentaar (2), dat pleit voor een verandering van de praktijkvoering.