Rookstop, pleister of tabletten?
Volgens een Noord-Amerikaanse, gerandomiseerde, multicentrische studie verschilt de optimale behandeling bij mensen die zouden willen stoppen met roken, naargelang van de snelheid van metabolisatie van nicotine.
Naargelang van de duur dat nicotine in het lichaam persisteert bij rokers die willen stoppen met roken, kan je normale metaboliseerders en trage metaboliseerders onderscheiden.
Bij trage metaboliseerders blijft de nicotinespiegel in het lichaam gedurende lange tijd verhoogd, wat een zekere bescherming biedt tegen de snelle en dwingende drang om opnieuw te gaan roken. Dat is niet zo bij normale metaboliseerders.
In een universitaire studie bij 1246 mensen die wilden stoppen met roken, van wie 662 trage metaboliseerders en 584 normale metaboliseerders, werden de proefpersonen gerandomiseerd naar een nicotinepleister + placebotablet (n = 418), varenicline tablet + placebopleister (n = 420) of een placebopleister en een placebotablet (n = 408) gedurende 11 weken. Alle proefpersonen kregen advies en steun.
Bij de normale metaboliseerders waren de resultaten beter met varenicline dan met de nicotinepleister (respectievelijk ongeveer 40% en 22%). Bij trage metaboliseerders daarentegen waren beide even efficiënt. Varenicline veroorzaakte echter meer bijwerkingen zodat de balans bij trage metaboliseerders overhelt naar pleisters. Na 6 maanden en 1 jaar was het percentage blijvende rookstop gedaald zoals te verwachten was, maar was er nog altijd een even groot verschil tussen de pleister en varenicline bij de normale metaboliseerders.