Sarcopenie en COPD, de moed niet opgeven
Sarcopenie is geen contra-indicatie voor pulmonale revalidatie, integendeel.
Het verlies van spiermassa bij het verouderen (sarcopenie) is een klinisch syndroom waarbij tal van factoren meespelen. De Europese werkgroep voor sarcopenie bij bejaarden (EWGSOP) heeft in 2010 voorgesteld om een diagnose van sarcopenie te stellen in geval van een kwantitatief (volume) én kwalitatief (kracht en prestaties) verlies van spiermassa (1). Klassiek wordt gezegd dat COPD-patiënten zeer vaak een sarcopenie vertonen, maar meestal vertonen de patiënten enkel kwantitatieve of kwalitatieve afwijkingen of werd alleen een sarcopenie van de m. quadriceps vastgesteld.
Een Britse groep heeft daarom 622 patiënten die niet in een ziekenhuis waren opgenomen, onderzocht om de reële prevalentie van sarcopenie, de impact ervan op het dagelijkse leven van de patiënten en de correlatie met de spierkracht van de quadriceps te evalueren. Bij 43 patiënten werd ook het effect van pulmonale revalidatie geëvalueerd met vergelijking met de resultaten die werden behaald bij patiënten zonder sarcopenie met een vergelijkbare propensity score voor revalidatie.
De gemiddelde prevalentie bedroeg ongeveer 15%, steeg met de leeftijd en het GOLD-stadium van COPD, was vergelijkbaar bij mannen en vrouwen en correleerde niet met het al dan niet bestaan van zwakte van de quadriceps. Een sarcopenie zoals gedefinieerd door de EWGSOP ging gepaard met een geringere inspanningscapaciteit, minder goede functionele prestaties, minder lichaamsbeweging en een slechtere algemene toestand (p < 0,001 in vergelijking met patiënten zonder sarcopenie). De respons op pulmonale revalidatie daarentegen bleek niet te worden beïnvloed door een eventuele sarcopenie. Meer nog, na revalidatie vertoonden 12 van de 43 onderzochte patiënten geen sarcopenie meer.