Predisponeert een infectie met het respiratoir syncytieel virus tot een pneumonie?
Een Amerikaanse studie stelt dat er een verband zou kunnen bestaan tussen die twee frequente en mogelijk gevaarlijke respiratoire aandoeningen bij kinderen.
De auteurs hebben de Amerikaanse gegevens over ziekenhuisopnames van 1992 tot 2009 doorgenomen om na te gaan of er een verband bestaat tussen activiteit van het respiratoir syncytieel virus (RSV) en een longinfectie met Streptococcus pneumoniae bij kinderen jonger dan 2 jaar.
De analyse had betrekking op meer dan 700 000 ziekenhuisopnames wegens een RSV-infectie en meer dan 16 000 ziekenhuisopnames wegens een pneumokokkenpneumonie. De incidentie van pneumokokkenpneumonie bleek significant hoger te zijn tijdens perioden met een hoge RSV-activiteit te oordelen naar een hogere frequentie van ziekenhuisopname wegens RSV.
Bij kinderen jonger dan één jaar heeft 20% van de gevallen van pneumokokkenpneumonie zich voorgedaan tijdens een periode van hoge RSV-activiteit (10% bij kinderen van 1-2 jaar). De vorsers hebben ook vastgesteld dat het aantal ziekenhuisopnames wegens RSV bij kinderen jonger dan één jaar sinds 2000, dus sinds de start van routinevaccinatie tegen pneumokokken, significant met 18% is gedaald.
De gegevens over de ziekenhuisopnames waren gerelateerd aan één van beide pathogenen en leren dus niet of een kind inderdaad achtereenvolgens werd geïnfecteerd met het RSV en pneumokokken. Je kan dus niet met zekerheid uit de studie concluderen dat het optreden van een infectie met de ene kiem predisponeert tot een infectie met de andere. Het moge echter duidelijk zijn dat een interactie minstens plausibel is. Het beste advies is dan ook heel jonge kinderen met een RSV-infectie nauwgezet te volgen.
Moet je een pneumokokkeninfectie opsporen bij kinderen die geïnfecteerd zijn met het RSV? De vraag mag in elk geval worden gesteld.