Verkoudheid en astma-aanvallen
Met een eenvoudig bloedonderzoek zouden we binnenkort de astmapatiënten kunnen opsporen die een aanval dreigen te ontwikkelen bij infectie met een rinovirus.
Een gewone verkoudheid wordt in de overgrote meerderheid van de gevallen veroorzaakt door een infectie met rinovirussen. Doorgaans wordt een dergelijke infectie goed verdragen, maar dat is niet zo bij astmalijders. Bij astmalijders is een verkoudheid nooit banaal: een verkoudheid wordt immers minder goed verdragen en kan een aanval uitlokken.
Je kan rinovirussen goed opsporen met een PCR, maar in de praktijk biedt dat weinig soelaas omdat de test niet leert of de desbetreffende stam het risico verhoogt of predisponeert tot optreden van aanvallen bij astmalijders.
Een groep Australische en Britse vorsers is daarom gaan zoeken naar een middel om de patiënten te identificeren die het hoogste risico op een aanval lopen. Ze hebben daarvoor astmalijders en gezonde mensen geïnfecteerd met een rinovirus in strikt gecontroleerde condities en ze hebben dan de immuunrespons op die infectie geanalyseerd.
Zo hebben ze kunnen aantonen dat de astmalijders die een aanval ontwikkelden, een significant hogere concentratie van antistoffen tegen het structurele eiwit VP1 vertoonden. De ongeveer 150 tot nog toe geïdentificeerde rinovirussen blijken alle dat eiwit te bevatten.
Detectie van dat eiwit kan dus dienen om een infectie met een rinovirus te diagnosticeren én om de patiënten op te sporen die een risico lopen op een exacerbatie.
Die ontdekking zet de vorsers ook op weg naar de ontwikkeling van een vaccin. Daarom voert het Europese researchproject Predicta nu actief onderzoek uit naar de virale stammen die predisponeren tot exacerbaties.