Is de weerstand tegen longtransplantatie bij patiënten met systemische sclerodermie gewettigd?
Een Amerikaanse, retrospectieve, nationale studie betreffende 3.763 longtransplantaties die in plenaire sessie werd gepresenteerd op het jaarlijkse congres van het American College of Rheumatology (Boston 14-19 november), geeft een interessante kijk op de zaak.
Diffuse interstitiële pneumonitis (PID) en pulmonale arteriële hypertensie (PAH) zijn twee belangrijke doodsoorzaken bij systemische sclerodermie (SS). Een longtransplantatie kan soelaas bieden. Er is echter een zekere aarzeling om die patiënten te transplanteren omdat aangenomen wordt dat hun overleving sowieso slechter is als gevolg van de extrapulmonale afwijkingen.
Amerikaanse vorsers hebben daarom de sterfte na longtransplantatie vergeleken volgens de belangrijkste indicatie voor transplantatie: SS (n= 229) of niet aan SS gerelateerde HAP (n=210) en PID (n=3333).
Na correctie voor de belangrijkste aan de donor, de ontvanger en de chirurgische procedure gerelateerde vertekenende factoren was de sterfte 1 jaar na transplantatie hoger als SS de belangrijkste indicatie was dan wanneer de longtransplantatie vooral werd uitgevoerd wegens PID: 21,4 versus 17,8/100 patiëntjaren. Na correctie gaf dat een relatief risico van 1,48 (95% BI 1,01-2,17).
De sterfte na transplantatie wegens SS was echter vergelijkbaar met de sterfte na longtransplantatie wegens PAH: 21,4 versus 19,0/100 patiëntjaren. Na correctie gaf dat een relatief risico van 0,85 (95% BI 0,50-1,44).
De 3 jaarsoverleving bij de patiënten die 1 jaar na de transplantatie nog in leven waren, was beter bij de patiënten bij wie de transplantatie werd uitgevoerd wegens SS (7,9/100 patiëntjaren), dan bij de patiënten bij wie de transplantatie werd uitgevoerd wegens pulmonale arteriële hypertensie (12,6/100 patiëntjaren) of diffuse interstitiële pneumonitis (12,0/100 patiëntjaren). Dat was toe te schrijven aan een lagere sterfte dan na longtransplantatie wegens PAH (relatief risico 0,52, 95% BI 0,28-0,95). De sterfte was vergelijkbaar met de sterfte na longtransplantatie wegens PID (relatief risico 1,00, 95% BI 0,63-1,50).
Aan u om conclusies te trekken.