Community acquired pneumonie
Twee Amerikanen hebben een overzichtsartikel geschreven over de diagnostische en therapeutische problemen bij community acquired pneumonie en brengen enkele essentiële waarheden in herinnering.
Community acquired pneumonie is een acute longinfectie bij een patiënt die niet recentelijk in een ziekenhuis werd opgenomen en die niet regelmatig gezondheidszorg krijgt.
Slechts in ongeveer de helft van de gevallen kan de verwekker van een community acquired pneumonie worden achterhaald.
De diagnose is vaak moeilijker dan je op het eerste gezicht zou denken. Een community acquired pneumonie uit zich typisch in recente longinfiltraten op een RX thorax, koorts, hoesten met sputa, dyspneu, zones van longverdichting bij klinisch onderzoek en een verhoogd aantal leukocyten. Frequente symptomen zijn voorts verwardheid en pleurale pijn.
Bij ouderen kunnen essentiële elementen van dat typische klinische beeld ontbreken en met name de productieve hoest en de leukocytose. Ongeveer 30% van de patiënten vertoont geen koorts.
Als de patiënt in het ziekenhuis wordt opgenomen, moet de arts proberen om de oorzakelijke kiem op te sporen. Nieuwe moleculaire technieken zijn daarbij zeer nuttig en op grond daarvan kan je de behandeling beter richten. Dat is een belangrijk punt nu resistentie tegen antibiotica een almaar groter probleem wordt.
Als de oorzakelijke kiem niet kan worden achterhaald, geef je een empirische behandeling op geleide van de nationale richtlijnen, die het best het microbiële ecosysteem weerspiegelen.
De prognose bij patiënten die in het ziekenhuis moeten worden opgenomen, is slecht: 10-12% sterfte na 30 dagen en bijna 20% van de patiënten moet opnieuw in het ziekenhuis worden opgenomen. Het herstel duurt vaak lang, soms meerdere maanden, en is niet altijd volledig. De patiënten die na 30 dagen nog in leven zijn, vertonen toch een hoger overlijdensrisico over een periode van drie à vijf jaar na een pneumokokkenpneumonie.