COPD: sta op en ga
Dat is de raad die we alle COPD-patiënten moeten geven. Anders wordt de dyspneu een uitstekend excuus om minder fysieke activiteiten te verrichten. Dat laatste leidt immers tot verlies van conditie en zal de toestand alleen maar verergeren.
Een Australische multicentrische studie toont mooi aan dat wandelen een efficiënt middel is om de inspanningstolerantie en de levenskwaliteit van COPD-patiënten te verbeteren.
De studie werd uitgevoerd bij 143 COPD-patiënten van gemiddeld 69 ± 8 jaar met een ESW van 43 ± 15% van de voorspelde waarde. De patiënten kregen een klassieke behandeling en werden in twee groepen ingedeeld. De patiënten in de eerste groep moesten twee tot drie keer per week wandelen (aanvankelijk 30 minuten en daarna 45 minuten) gedurende acht tot tien weken. De sessies werden geleid door kinesitherapeuten die ervaring hadden met pulmonale revalidatie van COPD-patiënten. Voor en op het einde van elke sessie werden de hartfrequentie en de zuurstofsaturatie gemeten. 130 patiënten hebben de studie afgewerkt.
De levenskwaliteit gemeten aan de score op de St George's Respiratory Questionnaire (gemiddeld verschil van 6 punten, p < 0,003) en de score op de Chronic Respiratory Disease Questionnaire (gemiddeld verschil van 7 punten, p < 0,01) was beter in de actieve groep. In die groep werd ook een duidelijke verbetering van de inspanningscapaciteit gemeten: gemiddelde stijging met bijna 3,5 minuten bij de Endurance Shuttle Talk test (p < 0,001).
De onderzoekers benadrukken terecht dat die verbetering te danken is aan het wandelen en dat wandelen een activiteit is die gemakkelijk kan worden geïntegreerd in de activiteiten van het dagelijkse leven thuis, waarvoor geen hulpmiddelen of speciale infrastructuur vereist zijn en die dus op lange termijn kan worden voortgezet.