Rinovirus en astma-aanval
Om beter de rol van rinovirussen bij het optreden van astma-aanvallen te evalueren, heeft een Londense groep een rinovirus geïnoculeerd bij 39 vrijwilligers met of zonder astma.
80-90% van de astma-aanvallen wordt veroorzaakt door een virale luchtweginfectie en in de meeste gevallen betreft het een rinovirus. We weten echter nog niet goed via welke mechanismen een virale infectie een astma-aanval kan uitlokken.
Door middel van nieuwe technieken voor het afnemen van monsters hebben de onderzoekers nagenoeg in real time kunnen nagaan wat er zich in het neusslijmvlies en het bronchusepitheel afspeelt bij een virale infectie. De secretie van IL-33 steeg bij de proefpersonen met astma die na inoculatie een astma-aanval hebben ontwikkeld.
Hoe sterker de virale replicatie, des te hoger waren de concentraties van IL-33 en markers van Th2-ontsteking en des te ernstiger waren de symptomen van het astma.
Volgens de auteurs zet de initiële stijging van de IL-33-spiegel een kettingreactie van het Th2-type in gang waarbij nog andere cytokines meespelen, meer bepaald IL-5 en IL-13.
In vitro hebben de onderzoekers aangetoond dat blokkade van IL-33 de reacties tegengaat die uitmonden in een astma-aanval.