COPD met permanente sputa, een beter omschreven profiel
Er bestaan meerdere fenotypes van COPD. Bijzonder frustrerend zowel voor de patiënten als voor de artsen is het fenotype van COPD-patiënten die een beeld van chronische bronchitis vertonen: productie van doorgaans veel sputa, maar vooral nagenoeg permanent dag na dag.
Een groep uit Manchester heeft het profiel van die patiënten geëvalueerd in een casus-controleonderzoek bij 26 COPD-patiënten met 'permanente sputumproductie' en 26 vergelijkbare COPD-patiënten zonder permanente sputumproductie.
De uitgangshypothesen waren dat COPD-patiënten met een permanente sputumproductie ernstigere COPD-letsels zouden vertonen en dat de ontsteking van de luchtwegen zou verschillen van die bij COPD-patiënten zonder permanente sputumproductie. Beide hypothesen zijn correct gebleken.
Bij de patiënten met permanente sputumproductie waren de ESW na bronchodilatatie, de diffusiecapaciteit en de afstand die de patiënten in zes minuten konden afleggen, significant lager en waren het closing volume en de BODE-index hoger. Dat alles wijst op een sterkere achteruitgang van de longfunctie.
Dat uitte zich klinisch in een hogere score op de St George's respiratory questionnaire (SGRQ), een hogere CAT-score (COPD assessment tool) en frequentere antecedenten van exacerbaties. Bij bacteriologisch onderzoek bij 33 patiënten werd een significant hoger percentage bacteriële kolonisatie vastgesteld.
De hoeveelheid neutrofielen en eosinofielen in de bronchi was hoger bij de COPD-patiënten met permanente sputumproductie. Dat verklaart meteen ook de hogere concentraties van eotaxine, MCP-1 (Monocyte Chemoattractant Protein-1), TNF-alfa en IL-6.
De vraag is nu of en zo ja, wanneer die gegevens kunnen resulteren in een betere behandeling van de patiënten.