Orofaryngeale kanker: orale seks en roken als te mijden combinatie
In de Verenigde Staten is de incidentie van orofaryngeale kanker met ruim 225% toegenomen en intussen blijkt dat orale seks bedrijven en roken onbetwist het risico verhogen op een tumor in de mond en in de keel, veroorzaakt door het papillomavirus type 16 (HPV16). Dit virus wordt bij 80% van de mondkankers aangetroffen.
Onderzoekers van Johns Hopkins hebben dat vastgesteld, na een analyse van de medische gegevens, seksuele gewoonten en tabaksconsumptie van 6.887 mensen die deelnamen aan een nationale enquête over gezondheid en voeding. Van die personen, 14 tot 69 jaar oud, waren er 2.012 die rookten op het moment van het onderzoek en 63 (1%) die geïnfecteerd waren met het HPV16. Het papillomavirus werd opgespoord via mondspoeling en de deelnemers werden getest op twee chemische stoffen die samenhangen met roken: cotinine en NNAL.
Uit de resultaten blijkt dat een verhoging van het cotininegehalte in het bloed die gelijkstaat aan drie sigaretten per dag roken, en van het NNAL-gehalte in de urine, die overeenkomt met vier sigaretten per dag, het risico op HPV16-infectie met respectievelijk 31% en 68% doet toenemen. Die dosis-responsrelatie wordt voldoende significant geacht om het verband tussen tabak en HPV16-infectie aan te tonen.
De auteurs van de studie raden niet aan dat mensen afzien van orogenitale betrekkingen, maar wijzen er wel op dat hun bevindingen een extra aansporing zijn om te stoppen met roken.