Eetstoornissen: bacteriële proteïne in het spel
Onderzoekers van het Inserm hebben in de darmflora een proteïne ontdekt die het verzadigingsgevoel verandert. Dat geeft hoop voor de preventie en behandeling van eetstoornissen als anorexia, boulimie en eetbuien, problemen waarmee 5 tot 10% van de algemene bevolking en tot 20% van de jongeren tussen 18 en 25 jaar te maken krijgt.
Onderzoekers in Rouen die het verband tussen het darmkanaal en de hersenen bestuderen, hebben een proteïne ontdekt die ze ClpB gedoopt hebben en die een dubbelganger is van melanotropine, het verzadigingshormoon. Bepaalde bacteriën zoals Escherichia coli, die van nature aanwezig zijn in het microbioom van de darm, maken die proteïne aan wanneer ze blootgesteld worden aan een stressfactor.
ClpB heeft anorexigene eigenschappen, in die zin dat de proteïne de eetlust remt en een immuunrespons in gang zet waardoor antilichamen tegen de stof worden geproduceerd. Die antilichamen binden zich ook aan het verzadigingshormoon en verstoren zo de werking ervan. Dat zou dan de ontregeling van de eetlust bij mensen met anorexie, boulimie en eetbuien verklaren.
De resultaten komen deels voort uit muismodellen, waarbij de samenstelling van de darmflora werd gewijzigd om na te gaan welke immuunrespons de diertjes hadden en hoe ze zich gedroegen wanneer ze gevoederd werden. De resultaten berusten echter ook op bloedonderzoeken bij 60 patiënten met min of meer ernstige eetstoornissen. Daaruit bleek dat de waarden van de antilichamen tegen de ClpB-proteïne in hun bloedplasma sterk verhoogd waren.