Huiduitslag en 'kleine geneesmiddelen'
De 'inibs' zijn belangrijke wapens geworden bij de behandeling van kanker. Eén van de typische kenmerken van inibs is dat ze een heel ander tolerantieprofiel hebben: ze veroorzaken vooral niet-hematologische bijwerkingen en met name cutane bijwerkingen. Volgens sommigen zijn die cutane bijwerkingen een bewijs van werkzaamheid en zouden we er dus blij mee moeten zijn. Maar dat blijkt misschien toch niet zo te zijn.
Een Canadese groep heeft een studie uitgevoerd bij 150 patiënten met een niet-kleincellige longkanker stadium IIIB of IV die refractair waren tegen één (59%), twee (30%) of drie of meer (10%) chemotherapielijnen.
De patiënten werden in drie groepen ingedeeld voor ze de eerste dosis van erlotinib (150 mg/d) kregen:
- Een groep kreeg profylactisch minocycline samen met erlotinib
- Een tweede groep kreeg een behandeling met topisch clindamycine, hydrocortison lotion en minocycline. Die behandeling mocht worden gestart zodra er een stadium 1-huiduitslag verscheen, en moest worden gestart bij een stadium 2-uitslag
- Een controlegroep die niet werd behandeld zolang de huiduitslag minder ernstig was (< graad 3)
Het doel van de studie was tweeledig: het verband onderzoeken tussen de huiduitslag en de overleving en nagaan of profylaxe of behandeling van de uitslag nadelig was.
De incidentie van huiduitslag was vergelijkbaar in de drie groepen (82-84%). Graad 3-uitslag kwam het vaakst voor in de controlegroep: 28% versus 12% in de profylaxiegroep en 8% in de behandelingsgroep.
Zowel in de profylaxiegroep als in de behandelingsgroep was de frequentie van graad 2-uitslag hoger dan in de groep zonder behandeling: respectievelijk 38%, 36% en 16%. Die cijfers bewijzen dat de behandeling goed wordt verdragen.
Er was geen significant verschil in overleving tussen de drie groepen. Wel werd een correlatie aangetoond tussen de ernst van de huiduitslag en de mediane overleving: graad 0/1 (5,5 maanden), graad 2 (10,1 maanden), graad 3 (11,4 maanden), het verschil tussen graad 0/1 en graad 2/3 was significant, p = 0,0093.
De onderzoekers concluderen dat een behandeling van de huiduitslag het risico op graad 3-uitslag verlaagt en geen effect heeft op de werkzaamheid van erlotinib.