Virale infecties en astma: geen tekort aan interferonen
Astmalijders vrezen virale infecties van de luchtwegen, zelfs banale infecties, omdat die vaak leiden tot een achteruitgang van hun toestand en complicaties. In tegenstelling tot wat vroeger werd gedacht, verloopt de afgifte van interferonen normaal.
Het is eigenlijk niet bekend waarom astmalijders virale infecties zo slecht verdragen. Er wordt vooral gediscussieerd over de vraag of de productie van interferonen al dan niet gestoord is.
Een Amerikaanse groep heeft de productie van interferonen bij een virale infectie onderzocht bij elf astmalijders en zeven controlepersonen zonder astma. En tegen alle verwachtingen in hebben de vorsers geen significant verschil in de productie van interferonen gevonden tussen de twee groepen.
De hoeveelheid interferon die wordt afgegeven, is maar één aspect van het probleem. Daarom hebben de vorsers ook onderzocht of het vrijgegeven interferon even functioneel is als bij mensen zonder astma. Ze hebben daarvoor de activering van genen onderzocht. Zo hebben ze kunnen vaststellen dat de verdedigingsmechanismen bij astmalijders goed worden geactiveerd en in gang gezet.
De afgifte van interferonen is een fundamenteel mechanisme bij de verdediging tegen virussen. Dat mechanisme blijkt even performant te zijn bij astmalijders als bij mensen zonder astma. De vraag blijft dus waarom astmalijders die een virale infectie oplopen, zo vaak in het ziekenhuis belanden en mensen zonder astma niet.