E-sigaret, een wolf in schapenvacht?
Een Amerikaanse studie toont aan dat de secundaire rook van elektronische sigaretten waarschijnlijk minder schadelijk is dan die van gewone sigaretten, maar toch niet helemaal onschadelijk.
De secundaire rook van gewone sigaretten bevat hoge concentraties van polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Elektronische sigaretten verbranden geen organische stoffen. De secundaire rook van die sigaretten bevat dan ook nagenoeg geen kankerverwekkende componenten. Die rook bevat ook tienmaal minder lood en zink dan de rook van gewone sigaretten. Tot zover het goede nieuws.
Daartegenover staat echter dat de rook chroom bevat. Chroom is toxisch. Er zit geen chroom in de rook van gewone sigaretten. De rook van e-sigaretten bevat ook nikkel in concentraties die tot vier maal hoger kunnen zijn dan in de rook van gewone sigaretten. Volgens de vorsers worden die metalen afgegeven door de vulling van de e-sigaret.
Die gegevens zijn afkomstig van metingen uitgevoerd op luchtmonsters van kantoren en leefruimtes waar mensen hadden gerookt (gewone en e-sigaretten). Ze weerspiegelen dus de blootstelling in het reële leven. De concentraties kunnen variëren naargelang van het type sigaretten en het merk van e-sigaretten. De onderzoekers onderstrepen dat dat alles vrij verontrustend is en verder zou moeten worden onderzocht.
De gegevens van die studie ondersteunen de recente richtlijn van de WGO die pleit voor een verbod op het gebruik van elektronische sigaretten op openbare plaatsen. Het gezondheidsagentschap van de Verenigde Naties is nog restrictiever en raadt aan om geen e-sigaretten binnenshuis te gebruiken zolang niet is aangetoond dat de damp die daarbij vrijkomt, onschadelijk is.