Patiënten met interstitieel longlijden tweemaal gestraft

Interstitieel longlijden (ook diffuse parenchymateuze pneumopathie genoemd) heeft niet alleen een weerslag op de respiratoire gezondheid, maar heeft ook een neuropsychische invloed waardoor de patiënten het nog moeilijker krijgen.
Interstitieel longlijden is een verzamelnaam voor minstens 300 verschillende aandoeningen. De bekendste zijn sarcoïdose, idiopathische longfibrose en pneumoconiose. Het betreft doorgaans aandoeningen die zeer invaliderend zijn wegens de ademhalingsproblemen die zeer snel de inspanningstolerantie en de levenskwaliteit van de patiënten verminderen.
Een ongeluk komt zelden alleen. Een Australische groep heeft aangetoond dat die aandoeningen ook belangrijke invloed hebben op de geestelijke gezondheid van de patiënten.
In een studie bij 124 volwassenen met interstitieel longlijden (idiopathische longfibrose in 48 gevallen) bedroeg de prevalentie van angst en depressie respectievelijk 31% en 23% (evaluatie met de HADS, Hospital Anxiety and Depression Scale). Angst en depressie hadden een significante klinische impact bij respectievelijk 12 en 7% van de patiënten. Angst en depressie kwamen vaker voor bij patiënten die meer dyspneu vertoonden, en bij patiënten die nog andere problemen hadden dan het longlijden.
Die resultaten moeten ons ertoe aanzetten om longproblemen beter te behandelen en om ook rekening te houden met de comorbiditeit van die patiënten teneinde hun geestelijke gezondheid te verbeteren.