Astmalijders en het vermogen van verbeelding
Astmalijders zeggen vaak dat bepaalde geuren of parfums ademhalingsproblemen kunnen veroorzaken. Maar zo eenvoudig is het niet en het zou weleens kunnen dat de "veronderstelling" van een nefaste werking wel eens de echte uitlokkende factor zou kunnen zijn.
De resultaten van een studie uitgevoerd bij 17 patiënten met een matig astma zijn onthutsend.
De vorsers hebben de patiënten gedurende 15 minuten blootgesteld aan fenylethylalcohol. Die alcohol met rozengeur is een zuivere geurstof die geen irriterende eigenschappen heeft.
Voor de blootstelling hadden de vorsers 8 proefpersonen gezegd dat de geur van het product een heilzaam therapeutisch effect zou kunnen hebben, en aan de andere 9 dat de geur lichte ademhalingsproblemen zou kunnen veroorzaken.
Net voor de blootstelling en onmiddellijk, 2 en 24 uur na de blootstelling werden de longfunctie en de mate van ontsteking van de luchtwegen (hoeveelheid stikstofmonoxide in de uitgeademde lucht) gemeten.
Wat de patiënten te horen kregen voor de blootstelling, bleek een invloed te hebben op de beoordeling van de respiratoire effecten van de geurstof. Dat bevestigt dus dat je reacties kunt opwekken louter en alleen door iemand van iets te overtuigen. Maar dat is nog niet alles.
Bij de proefpersonen die ervan overtuigd waren dat de geur nefaste effecten kon hebben, hebben de vorsers meteen na de blootstelling meer ontsteking van de luchtwegen vastgesteld en dat was nog altijd zo na 24 uur. Omgekeerd, als de proefpersonen dachten dat de geur heilzaam zou kunnen zijn, nam de ontsteking niet toe.
Kortom, de studie wijst er sterk op dat het bij geur en parfum (bijna) volledig draait om wat de patiënt denkt dat er gaat gebeuren.
De vastgestelde ontsteking kan de patiënten echter gevoeliger maken voor andere uitlokkende factoren.
naar C Jaen & P Dalton. Asthma and odors: The role of risk perception in asthma exacerbation. Journal Psychosomatic Research, online gepubliceerd op 12 juli 2014 voor de papieren versie.