Eosinofilie in het bloed en de bronchi en slecht gecontroleerd astma

Eosinofilie is één van de kenmerken van bepaalde vormen van astma. Een groep uit Luik heeft de prevalentie en de kenmerken van de patiënten onderzocht naargelang van een al dan niet concordante eosinofiele ontsteking in het bloed en de bronchi.
Deze studie bestond uit twee fasen. Bij een retrospectieve analyse van 508 astmalijders van wie ze beschikten over geïnduceerde sputa, hebben de onderzoekers de patiënten eerst in 4 groepen ingedeeld naargelang van het aantal eosinofielen in het bloed (< of ? 400/mm3) en de sputa (< of ? 3%). Daarna hebben ze prospectief die fenotypes, de controle van het astma en de incidentie van exacerbaties geëvalueerd bij een andere groep van 250 vergelijkbare astmapatiënten.
Een concordant niet-eosinofiel astma was de frequentste vorm (49%) gevolgd door astma met een geïsoleerde eosinofilie in de bronchi (25%), astma met concordante eosinofilie (19%) en tot slot astma met alleen eosinofilie in het bloed (7%).
De bronchiale hyperreactiviteit, de hoeveelheid stikstofmonoxide in de uitgeademde lucht en het aantal exacerbaties waren het hoogst bij de astmalijders met een concordante eosinofilie (duidelijk meer mannen) en bij die patiënten was het astma het minst goed onder controle en was de levenskwaliteit het slechtst.
Het prospectieve gedeelte van de studie bevestigde de prevalentie van de verschillende fenotypes en het feit dat een concordante eosinofilie bijzonder negatieve invloed heeft op de controle van het astma en de exacerbaties van astma.
Onze landgenoot professor Renaud Louis, senior auteur en Marc Humbert, hoofdredacteur van de European Respiratory Journal, voeren een discussie over de studie. U kunt die discussie gratis volgen op http://erj.ersjournals.com/content/suppl/2014/06/23/44.1.E43.DC1/July_2014a.mp3