Oorsprong van pollenallergie opgehelderd
Tranende ogen, een loopneus, niesbuien, een kriebel in de keel en hoestaanvallen - telkens als het weer lente wordt, zijn er meer mensen met pollenallergie. Maar hoe ontstaat die aandoening? Dat is nu iets beter bekend. Vorsers aan de medische universiteit van Wenen zijn er namelijk in geslaagd om het mechanisme achter allergische reacties te doorgronden.
Ze hebben dat gedaan aan de hand van de allergie voor het welbekende berkenstuifmeel. In hun laboratorium hebben ze het allergeen gereconstrueerd dat in die pollen zit, het zogenaamde Bet v 1-eiwit (Betula verucosa, ruwe berk), en ontdekt dat het de "moleculaire pockets" van die proteïne zijn die bepalen of de pollen al dan niet allergeen worden.
Net als een menselijk eiwit kan het Bet v 1 zich dankzij zijn "pockets" sterk vasthechten aan ijzer. Als die pockets leeg blijven, door ijzertekort, stimuleren ze de Th2-afweercellen tot een reactie, wat vorming van pathogene antilichamen (IgE-immunoglobulinen) meebrengt. Op dat moment worden de pollen allergeen.
Volgens de Oostenrijkse wetenschappers blijkt uit de studies die nu lopen dat je het principe van het berkenstuifmeel rechtstreeks kunt toepassen op andere allergenen met een soortgelijke moleculaire structuur. Ze denken ook dat het in de toekomst mogelijk moet zijn de behandelingen te verbeteren. "Het zou logisch zijn dat je allergiepatiënten een immuuntherapie geeft waarbij je allergene stoffen van het type Bet v 1 doelbewust belaadt met ijzer", schrijven ze.
(referentie: Journal of Biological Chemistry, 5 mei 2014, doi: 10.1074/jbc.M114.567875)