Een nieuw afzetgebied voor azitromycine?
Een Amerikaanse groep heeft het effect van azitromycine bij de behandeling van pneumonie onderzocht bij bijna 65.000 ziekenhuispatiënten. Van een verrassing gesproken.
Verrassing: azitromycine, een antibioticum dat vaak wordt verguisd, blijkt een gunstig effect te hebben op de sterfte en dat effect weegt ruimschoots op tegen het mogelijke risico op infarct.
De studie werd uitgevoerd bij alle patiënten jonger dan 65 jaar die tussen 2002 en 2012 met een pneumonie waren opgenomen in een van de Veterans Affairs Hospitals. De eindanalyse betrof bijna 32.000 patiënten die azitromycine hadden gekregen, en bijna 32.000 patiënten die andere antibiotica hadden gekregen die werden aanbevolen door de in voege zijnde richtlijnen. Die richtlijnen raadden een combinatie van een macrolide en een ander antibioticum aan.
De studie bevestigde dat het risico op infarct wel degelijk iets hoger was met azitromycine (5,1% versus 4,4% met andere macroliden), maar dat de totale incidentie van hartproblemen niet hoger was met azitromycine dan met andere macroliden (respectievelijk 43% en 42,7%) en dat er ook geen hogere incidentie was van ritmestoornissen (25,8% versus 26%) en hartfalen (26,3% versus 26,2%).
De studie toonde vooral aan dat een behandeling op basis van azitromycine de sterfte na 90 dagen significant verlaagde (17,4% versus 22,3%).
Na correctie voor de propensity score concludeerden de vorsers dat één overlijden na 9 dagen kon worden voorkomen door 21 patiënten te behandelen met azitromycine, terwijl er één niet-fataal infarct werd waargenomen per 144 patiënten die werden behandeld met azitromycine. In het totaal konden dus zeven sterfgevallen worden voorkomen met azitromycine voor één niet-fataal infarct.