Een nieuw bewijs van de hygiënetheorie
Nieuwe gegevens wijzen erop dat kinderen die tijdens de eerste levensjaren worden blootgesteld aan verschillende bacteriën die in huisstof zitten, minder gemakkelijk astma ontwikkelen.
Kinderen die op de leeftijd van drie jaar niet allergisch zijn en geen episoden van piepende ademhaling vertonen, zijn net de kinderen die tijdens het eerste levensjaar werden blootgesteld aan hoge concentraties van zeer verspreide bacteriën en allergenen. Twee species die in grote hoeveelheid in het spijsverteringskanaal bij de mens worden teruggevonden (Bacteroides en Firmicutes), blijken ook te beschermen. Blootstelling tijdens het eerste levensjaar aan huisstof dat hoge concentraties van die species bevat, gaat gepaard met een lager risico op astma later in het leven.
Dat zijn de bevindingen van een specifieke analyse van de URECA-studie
(Urban Environment and Childhood Asthma) die wil nagaan waarom astma vaker voorkomt en ernstiger is bij kinderen die in een arm stedelijk milieu leven. De auteurs veronderstellen dat de immuunrespons op blootstelling aan allergenen beïnvloed wordt door concomiterende blootstelling aan bacteriën, zoals andere studies al hadden aangetoond.
Volgens Homer Boushey, medeauteur van de studie, zouden die gegevens als ze door andere studies worden bevestigd, ons ertoe moeten aanzetten om terug te gaan naar het type blootstelling van de jaren veertig toen de gezinnen groter waren, het voedsel duidelijk minder industrieel en gesteriliseerd was en de kinderen hun tijd grotendeels buitenshuis doorbrachten.