Ernstige exacerbatie van astma: eendracht maakt macht
Nederlandse onderzoekers hebben een meta-analyse uitgevoerd die definitief aantoont dat een combinatie van een inhalatiecorticosteroïd en een langwerkende ß2-agonist de beste behandeling is om ernstige exacerbaties van astma te voorkomen.
De onderzoekers hebben voor hun meta-analyse 57 studies doorgenomen bij volwassen astmalijders die gedurende minstens 24 weken werden behandeld (in het totaal 53.000 patiëntjaren follow-up met vergelijking van 15 behandelingsstrategieën en een placebo). Elke strategie werd vergeleken met een inhalatiecorticosteroïd in lage dosering. Het primaire eindpunt was de frequentie van ernstige exacerbaties. Een ernstige exacerbatie werd gedefinieerd als een astma-aanval die leidde tot opname in een ziekenhuis, opname op een spoedgevallendienst of systemische toediening van corticosteroïden gedurende minstens drie dagen.
Het risico op ernstige exacerbaties was vier maal hoger bij de patiënten in de placebogroep dan bij de patiënten die alleen een inhalatiecorticosteroïd in lage dosering kregen (95% CI 3-6). Een inhalatiecorticosteroïd in lage dosering was ook beter dan onverschillig welk ander geneesmiddel in monotherapie. Ernstige exacerbaties konden het best worden voorkomen met een combinatie van inhalatiecorticosteroïden en langwerkende ß2-agonisten. Een combinatie van inhalatiecorticosteroïden en langwerkende ß2-agonisten als onderhoudstherapie én als noodmedicatie was even efficiënt als een combinatie van inhalatiecorticosteroïden en langwerkende ß2-agonisten in een vaste dagdosering. In beide gevallen daalde het risico op ernstige exacerbaties met ongeveer de helft in vergelijking met inhalatiecorticosteroïden in lage dosering alleen. Het relatieve risico was respectievelijk 0,44 (95% CI 0,29 - 0,66) en 0,51 (95% CI 0,35 - 0,77).
Tussen haakjes, CI staat voor 'credible interval' (bayesiaans betrouwbaarheidsinterval).