Antibiotica op jonge leeftijd en astma: een nieuw spoor
Kinderen die tijdens het eerste levensjaar antibiotica krijgen, ontwikkelen later gemakkelijker astma. Maar blijkbaar zijn de antibiotica niet de ware schuldigen.
De MAAS-studie (Manchester Asthma and Allergy Study) heeft meer dan 1.000 kinderen gevolgd van de geboorte tot de leeftijd van elf jaar. De onderzoekers hebben de gegevens geanalyseerd over het voorschrijven van antibiotica, episoden van wheezing en exacerbaties van astma en de resultaten van epicutane tests om sensibilisering voor allergenen op te sporen op de leeftijd van drie, vijf, acht en elf jaar.
Op de leeftijd van elf jaar werd een bloedonderzoek uitgevoerd om de cellulaire immuunrespons op verschillende virussen en bacteriën te evalueren. Ook werd een genetisch onderzoek uitgevoerd om een eventuele link op te sporen tussen het voorschrijven van antibiotica tijdens het eerste levensjaar en genetische varianten in regio 21 van de lange arm van chromosoom 17 (17q21).
De incidentie van wheezing en exacerbaties van astma was meer dan tweemaal hoger bij de kinderen die tijdens het eerste levensjaar antibiotica hadden gekregen, dan bij de kinderen die geen antibiotica hadden gekregen tijdens het eerste levensjaar. De kinderen die tijdens het eerste levensjaar antibiotica hadden gekregen, vertoonden ook een gebrekkige inductie van cytokines bij virale infecties, maar niet bij bacteriële infecties. Twee genetische varianten van 17q21 kwamen vaker voor bij de kinderen die tijdens het eerste levensjaar antibiotica hadden gekregen, dan bij de kinderen die er geen hadden gekregen.
Dat alles wijst er sterk op dat het voorschrijven van antibiotica tijdens het eerste levensjaar niet de belangrijkste oorzaak van het latere optreden van astma is. De onderzoekers denken dat die twee consecutieve fenomenen toe te schrijven zijn aan een hogere vatbaarheid voor infecties als gevolg van afwijkingen van de antivirale immuniteit en genetische varianten.